SONACAST
Ontdek het op Google PlayDownload in de App Store

Verhaal

Roodkapje

15 min7-9 jaar

Luister naar het begin

Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.

Het verhaal

Introductie

Stel je voor, diep in een toverbos, waar de bomen fluisteren en de bloemen zingen, woont een lief meisje. Ze draagt altijd een prachtig rood kapje, zo rood als de sappigste aardbei! Vandaag gaat ze op avontuur. Maar pas op! In datzelfde bos schuilt ook een slimme, maar o zo stoute wolf. Ga je mee op reis om te ontdekken wat er gebeurt? Luister goed naar het verhaal van Roodkapje!

Een Mand Vol Lekkernijen

Op een zonnige ochtend, terwijl de vogeltjes vrolijk floten in het bos, was Roodkapje thuis bij haar lieve moeder. Haar oma woonde een eindje verderop, aan de andere kant van dat grote, groene bos, en was een beetje ziek. Mama zei: 'Roodkapje, wil jij een mandje vol lekkere cake en verse melk naar oma brengen? Dan knapt ze vast snel op!' In het mandje zat de allerlekkerste aardbeienjam, en een stukje cake dat nog warm was van de oven! Roodkapje was dol op haar oma en vond het een goed idee. Ze nam het mandje voorzichtig aan. Maar mama gaf haar nog een belangrijke waarschuwing: 'Lieve schat, blijf alsjeblieft altijd op het pad. Ga niet van het bospad af, en praat vooral niet met vreemden. Het bos kan soms een beetje spannend zijn!' Roodkapje beloofde plechtig dat ze heel voorzichtig zou zijn. Ze kuste haar mama gedag en stapte vrolijk de deur uit, op weg naar oma.

De Ontmoeting in het Bos

Roodkapje huppelde vrolijk en onbezorgd over het smalle bospad. De zon straalde door het groene bladerdak, waardoor kleine, dansende lichtjes op de grond vielen. Overal om haar heen hoorde ze de vrolijke liedjes van vogeltjes en het zachte ruisen van de wind door de bomen. De lucht rook heerlijk naar dennennaalden en verse aarde. Ze droeg haar mandje met lekkernijen stevig vast en zong zachtjes een vrolijk wijsje. Ze dacht aan haar zieke oma en hoe blij oma wel niet zou zijn met de cake en de wijn. Wat een fijne verrassing! Maar terwijl Roodkapje zo door het bos liep, verscheen er plotseling iets vanachter een dikke eikenboom. Het was een grote, grijze wolf! Hij had glimmende ogen en een lange snuit, maar hij leek helemaal niet eng. Sterker nog, hij keek Roodkapje aan met een brede, bijna te vriendelijke glimlach. De wolf boog beleefd en zei met een hele zachte stem: "Goedendag, lief klein meisje! Waar ga je zo vroeg in de morgen naartoe, met je mooie rode kapje?" Roodkapje, die nog nooit een wolf zo van dichtbij had gezien, was een beetje verbaasd, maar antwoordde netjes: "Goedendag, meneer de wolf! Ik ga naar mijn lieve oma. Ze is een beetje ziek en ligt in bed. Ik breng haar wat lekkers om haar op te vrolijken." Ze tilde haar mandje een beetje op om de inhoud te laten zien. "Kijk, hier zit een lekkere cake en een flesje wijn in!" De wolf knikte aandachtig. "Oh, wat ben jij een lief en behulpzaam meisje! En waar woont je oma dan, als ik vragen mag?" vroeg hij, terwijl zijn ogen glinsterden. "Oh, ze woont een eindje verderop in het bos," zei Roodkapje. "Net voorbij de grote eik met de zwammen, aan het einde van de beek. Haar huisje heeft een rode deur!" De wolf lachte in zichzelf, maar Roodkapje merkte daar niets van. Hij had al een gemeen plannetje bedacht. "Luister eens, Roodkapje," zei hij, "kijk eens hoe prachtig de bloemen hier in het bos zijn! Waarom pluk je niet een mooi bosje voor je oma? Ik weet zeker dat ze daar heel blij mee zou zijn. Ze ruiken zo lekker en maken alles een stuk gezelliger." Roodkapje keek om zich heen. De zon scheen inderdaad op een veld vol klaprozen, margrieten en paarse viooltjes. Ze zagen er zo vrolijk uit! Haar mama had gezegd dat ze op het pad moest blijven en niet met vreemden moest praten... maar de wolf was zo vriendelijk, en die bloemen waren écht heel mooi. En oma zou zo blij zijn! Misschien kon het toch wel even? Ze zuchtte even. "Dat is een goed idee, meneer de wolf! Ik ga een klein bosje plukken. Dat zal oma zeker opvrolijken." De wolf knikte tevreden. "Heel goed, Roodkapje! Terwijl jij daar mooie bloemen uitzoekt, loop ik vast een stukje door het bos. Tot straks!" En met die woorden verdween de wolf tussen de bomen, rechtstreeks op weg naar het huisje van oma. Roodkapje, helemaal afgeleid door de prachtige bloemen, vergat de waarschuwingen van haar moeder. Ze sprong van het pad af, de zonnige open plek in. Ze rende van de ene bloem naar de andere, plukte de mooiste kleuren en rook aan de zoete geuren. Ze dacht er niet aan dat ze verder moest lopen, en ze dacht er ook niet aan dat ze eigenlijk niet van het pad mocht gaan. De tijd vloog voorbij terwijl ze haar mandje vulde met een kleurrijk boeket. Ondertussen had de wolf geen moment verspild. Met zijn lange, snelle poten rende hij dwars door het bos, veel sneller dan Roodkapje ooit zou kunnen. Zijn gedachten waren al bij oma's huisje. Hij wist precies wat hij ging doen.

De Wolf bij Grootmoeder

De wolf, met zijn snelle poten en zijn gemene plan, kwam al gauw bij het huisje van oma aan. Het stond daar, rustig en vredig, midden in het bos, omringd door hoge bomen en kleurige bloemen. De zon scheen door de bladeren en er kwamen kleine rookpluimpjes uit de schoorsteen, wat betekende dat oma vast lekker warm binnen was. De wolf slikte zijn speeksel weg, zijn buik knorde al van de honger. Dit was het moment. Hij klopte zachtjes op de deur, niet te hard, om oma niet te laten schrikken. Klop, klop, klop. Binnenin het kleine huisje, zat oma gezellig bij het vuur. Ze was een warme, lieve dame, met zilverwit haar en een bril op haar neus. Ze was net bezig met het breien van een zachte, rode sjaal, precies de kleur die haar kleindochter Roodkapje zo mooi vond. Toen ze het zachte geklop hoorde, fronste ze even haar wenkbrauwen. “Wie zou dat kunnen zijn op zo’n mooie ochtend?” murmelde ze tegen zichzelf, terwijl ze haar breiwerkje voorzichtig naast zich neerlegde. “Wie is daar?” vroeg oma, haar stem een beetje krakerig van ouderdom. De wolf, die buiten stond te wachten met een stiekem glimlachje op zijn snuit, wist precies wat hij moest doen. Hij probeerde zijn grote, boze wolfenstem te veranderen in een lief, klein meisjesstemmetje. “Het is Roodkapje, lieve oma!” piepte hij, zo hoog als hij maar kon. “Ik heb lekkere dingetjes voor u gebracht en een bosje wilde bloemen!” Oma, die niet meer zo goed hoorde als vroeger, dacht dat ze haar eigen lieve kleindochter hoorde. “Ach, dat is lief van je, mijn schatje! Trek maar aan het touwtje, dan gaat de deur vanzelf open!” De wolf hoefde dat geen twee keer te horen. Met een snelle beweging trok hij aan het touwtje. Klik! De deur zwaaide open. Daar stond oma, met een glimlach op haar gezicht en haar armen al gespreid voor een dikke knuffel. Maar in plaats van haar lieve Roodkapje, zag ze de grote, harige wolf met zijn glimmende tanden en zijn hongerige ogen. Oma schrok zo erg dat ze geen woord kon uitbrengen. Voordat ze zelfs maar kon gillen, sprong de wolf naar voren. HAP! In één grote, snelle hap, slokte hij de arme oma helemaal naar binnen. Poef! Ze was verdwenen, veilig opgeborgen in de donkere buik van de wolf, maar gelukkig zonder gewond te raken. Want wolven in sprookjes kunnen soms heel snel en zonder pijn mensen inslikken, zodat ze later weer bevrijd kunnen worden. De wolf klopte tevreden op zijn volle buik. Hij had nu oma opgeslokt, maar hij was nog steeds niet helemaal voldaan. Hij dacht aan Roodkapje en haar mandje vol lekkers. Hmm, wat een heerlijk plan! Snel bedacht de slimme wolf een nieuw gemeen plannetje. Hij wilde dat Roodkapje hem ook zou bezoeken, zodat hij haar ook kon opslokken! Dus, wat deed hij? Hij trok oma’s nachtmutsje over zijn harige oren, zette haar brilletje op zijn grote neus en kroop snel in oma’s bed. Hij trok de warme dekens helemaal tot aan zijn kin, zodat alleen zijn hoofdje te zien was. En hij probeerde zo klein en oud en lief mogelijk te lijken. Hij sloot zijn ogen en wachtte. Wachtte op Roodkapje. Ondertussen, buiten in het zonnige bos, huppelde Roodkapje vrolijk verder over het pad. Ze plukte onderweg nog wat mooie, blauwe vergeet-mij-nietjes voor oma. Ze zong een klein liedje en haar mandje, met daarin een flesje wijn, een lekker cakeje en wat vers fruit, wiebelde zachtjes mee. Ze dacht aan haar lieve oma en hoe blij ze zou zijn met al die lekkere dingen. Roodkapje had geen idee van het gevaar dat op haar wachtte in het gezellige huisje. Geen idee van de grote, hongerige wolf die in oma’s bed lag te wachten. Ze kwam steeds dichterbij. De vogeltjes floten vrolijk in de bomen en een klein eekhoorntje rende over het pad. Roodkapje zwaaide naar hem. Ze zag de kleine rookpluimpjes uit de schoorsteen van oma's huisje en haar hartje vulde zich met blije verwachting. Binnenkort zou ze haar oma knuffelen en samen genieten van het lekkers. Ze liep de laatste paar stappen naar de voordeur. Piep! Een zwaluw vloog net weg van onder de dakrand. Roodkapje tilde haar handje op en klopte zachtjes op de deur. Klop, klop, klop.

Roodkapje Komt Aan

De deur ging niet open. Roodkapje klopte nog eens. Klop, klop. Van binnen klonk een schorre stem: 'Wie is daar?' Roodkapje dacht aan haar grootmoeder, die misschien verkouden was. 'Ik ben het, Roodkapje!' riep ze vrolijk. 'Ik kom u lekkers brengen en de mooiste bloemen!' 'Trek maar aan de klink, lief kind!' zei de stem. 'Ik ben zo zwak, ik kan niet opstaan.' Roodkapje duwde de deur open en stapte voorzichtig naar binnen. De kamer was donker en rook vreemd, niet naar grootmoeders verse koekjes. In bed lag grootmoeder, of althans, iemand onder de dekens. Ze droeg een grote slaapmuts die haar ogen bedekte. Roodkapje zag alleen haar neus en mond, en grote, knobbelige handen die onder de deken uitstaken. Roodkapje liep dichterbij. 'Grootmoeder, ik heb zo lang gewacht om u te zien!' zei ze. 'Hoe gaat het nu met u? Bent u erg ziek?' 'Och, veel beter nu jij hier bent, mijn liefje,' zei de wolf, verkleed als grootmoeder. Zijn stem klonk nog steeds een beetje te diep en hees. Roodkapje zette de mand met cake en wijn op het tafeltje naast het bed. 'En kijk eens, de prachtige wilde bloemen die ik voor u heb geplukt!' 'Zet ze maar in een vaas, mijn kind,' mompelde de wolf, en trok de deken nog wat hoger op. Roodkapje zette de bloemen voorzichtig in een vaasje. Daarna keerde ze terug naar het bed en ging op een stoeltje zitten. Er klopte iets niet. Haar grootmoeder zag er zo anders uit. 'Grootmoeder,' begon Roodkapje, zachtjes. 'Wat hebt u toch grote oren! Veel groter dan ik me herinner.' De wolf zei met een geforceerde glimlach: 'Dat is om je beter te kunnen horen, mijn kind.' Roodkapje fronste. 'En grootmoeder,' zei ze weer, 'wat hebt u toch grote ogen!' Ze keek naar de ogen onder de slaapmuts; ze waren veel groter en geler dan grootmoeders. 'Dat is om je beter te kunnen zien, mijn liefste,' antwoordde de wolf. 'En grootmoeder,' fluisterde ze bijna, 'wat hebt u toch grote handen! Ze lijken wel... harig.' Ze keek naar de harige poten die uit de deken staken, helemaal niet zoals grootmoeders zachte handen. 'Dat is om je beter te kunnen vasthouden, mijn schat,' zei de wolf. Hij bewoog zijn klauwen een beetje onder de deken. Roodkapjes hart begon nu sneller te bonken. 'Maar grootmoeder,' zei Roodkapje, vol verbazing en een klein beetje angst, 'wat hebt u toch een verschrikkelijk grote mond!' De wolf glimlachte, een brede, griezelige glimlach, en liet even zijn scherpe tanden zien. Een koude rilling liep over Roodkapjes rug. Dit was helemaal niet zoals ze zich haar lieve grootmoeder herinnerde.

Afsluiting

Wat een verrassing was dat, hè? Ik hoop dat je net zo van dit verhaal hebt genoten als ik. Bedankt dat je met Roodkapje mee op avontuur bent geweest. Zou jij haar hebben geholpen? Laat Sonacasts zeker weten wat je van dit verhaal vond! Misschien heb jij zelf wel een geweldig idee voor een nieuw avontuur, met je eigen fantasie. Ga lekker spelen en droom mooie dromen! Tot de volgende keer, lieve luisteraar.

Meer verhalen