
Verhaal
Repelsteeltje
15 min7-9 jaar
Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.
Het verhaal
Welkom bij Repelsteeltje
Hallo kleine luisteraars! Heb je wel eens een geheim bewaard? Of iets heel magisch gezien? Vandaag nemen we je mee naar een oud verhaal vol toverij en een heel bijzondere kleine man. Het is het verhaal van een meisje, een koning, en heel veel goud. Maar dit goud kwam niet zomaar uit de grond. Het werd gesponnen uit stro! En wie hielp daarbij? Een raadselachtige figuur met een naam die niemand kende. Luister goed, want dit is het spannende verhaal van Repelsteeltje!
De Opschepperige Molenaar
Nou, ons verhaal begint lang, lang geleden, in een klein dorpje met knusse huisjes en een glimmende molen. In die molen woonde een molenaar. Niet zomaar een molenaar, hoor! Hij was heel trots op zijn werk, maar nog trotser op... nou ja, op alles eigenlijk! Vooral op zijn dochter. Op een dag, toen de koning door het dorp reed, riep de molenaar heel hard: 'Majesteit! Mijn dochter is de állerbeste! Ze kan zelfs stro in goud spinnen!' Kun je je dat voorstellen? Stro in goud! Dat is toch toveren? De koning, die van glimmend goud hield, hoorde dit natuurlijk. Hij stopte zijn paard en keek de molenaar met grote ogen aan. 'Zeg dat nog eens, molenaar? Stro in goud?' vroeg de koning. De molenaar knikte. 'Jazeker, Uwe Majesteit! Een wonderbaarlijk talent!' De koning dacht even na. 'Als dat waar is,' zei hij, 'dan moet ze dat meteen bewijzen. Breng je dochter naar mijn kasteel. En als ze het niet kan, dan...' Oh jee! Wat zou er dan gebeuren? Dit was niet zo'n slimme opschepperij, hè?
De Vreemde Hulp
De koning, die best wel een beetje boos was, nam het molenaarsmeisje mee naar een hele grote kamer. Deze kamer was van onder tot boven gevuld met... stro! "Hier," zei de koning met een strenge stem, "moet je van dit stro goud spinnen. Alles! En wel voor morgenochtend! Als je het niet doet, dan..." Hij maakte zijn zin niet af, maar het molenaarsmeisje wist dat het niet goed zou aflopen. De deur ging dicht, en ze zat helemaal alleen in de donkere kamer, omringd door bergen stro. Ze keek naar al het gele stro. Hoe moest ze dit ooit in glimmend goud veranderen? Dat kon toch niemand! De tranen rolden over haar wangen. Ze voelde zich zo verdrietig en wist niet wat ze moest doen. Ze begon zachtjes te snikken. En toen... gebeurde er iets heel vreemds! Midden in de kamer verscheen opeens een heel klein, grappig mannetje! Hij had een rood mutsje op, en zijn oogjes glinsterden ondeugend. "Wat huil je toch zo, lief molenaarsmeisje?" vroeg het mannetje met een piepstemmetje. Het meisje schrok, maar vertelde over de koning en het stro. "Ik moet van dit stro goud spinnen," zei ze, "maar ik weet helemaal niet hoe dat moet!" "Aha!" zei het mannetje, "En wat geef je me, als ik het voor je doe?" Het meisje had niet veel, maar wel een mooie ketting om haar nek. "Ik geef u mijn ketting," zei ze. Het mannetje knikte tevreden. "Afgesproken!" Hij ging zitten voor het spinnewiel. Vingervlug pakte hij een handvol stro, en *zwiep, zwiep, zwiep*... voor ze het wist, lag er een spoel vol glimmend goud! Zo ging het de hele nacht door. Het mannetje spon en spon, en elke keer veranderde het saaie stro in prachtig, stralend goud. De hele kamer vulde zich langzaam met stapels gouden draden. Toen de zon opkwam, was de kamer leeg van stro, en overal lag goud te glinsteren! Het mannetje zei niets, pakte de ketting van het meisje, en verdween toen net zo snel als hij gekomen was. Het molenaarsmeisje kon haar ogen niet geloven. Het was gelukt! Maar wie was toch die vreemde hulp? En zou hij terugkomen?
Een Gevaarlijke Belofte
Het molenaarsmeisje stond te kijken naar de stapel glimmend goud. Haar hart klopte snel. Ze viel al snel in slaap op de zachte draden. De volgende ochtend kwam de koning terug, een brede glimlach op zijn gezicht. Toen hij het glanzende goud zag, sprong hij bijna een gat in de lucht. "Onvoorstelbaar!" riep hij. "Het is gelukt!" Het molenaarsmeisje voelde opluchting, dacht dat ze vrij was. Maar de koning had andere plannen. Veel meer. Hij leidde haar naar een nóg grotere kamer, tot aan het plafond gevuld met stro. "Als je deze ook vannacht tot goud spint," zei de koning, "dan zal je beloning nog groter zijn. Maar, als het je niet lukt, dan blijf je voor altijd in dit kasteel en zal ik je vader straffen." Het molenaarsmeisje zuchtte diep. Haar hoop veranderde in wanhoop. Hoe kon ze dit ooit alleen doen? Ze begon te huilen, ervan overtuigd dat ze geen hulp zou krijgen. Maar net toen de zon verdween, klonk er opnieuw een zacht tikje tegen het raam. Daar stond hij weer! De kleine, vreemde man. Hij sprong de kamer in en vroeg, "Wat geeft u me dit keer als ik al dit stro voor u spin, juffrouw?" Het molenaarsmeisje had geen ring meer; die had ze al gegeven. Ze herinnerde zich haar mooie, glimmende ketting, een geschenk van haar moeder. Met een zwaar hart haalde ze de ketting van haar nek. "Hier," zei ze. "Dit is mijn mooiste ketting." De kleine man nam de ketting aan, glimlachte breed en begon opnieuw te spinnen. Wierrr, wierrr, wierrr ging het spinnenwiel. En voor de tweede keer, veranderde het gele stro in glanzend goud. Toen de zon opkwam, lag de hele kamer vol met bergen goud. De kleine man verdween weer. Toen de koning de volgende ochtend de kamer binnenkwam, was hij sprakeloos. Twee kamers vol goud! Maar zijn gulzigheid kende geen grenzen. Hij pakte het molenaarsmeisje opnieuw bij de hand en leidde haar naar de grootste torenkamer van het hele kasteel. Deze kamer was ook tot aan het plafond gevuld met stro. "Nu luister goed, molenaarsmeisje," zei de koning. "Als je deze kamer ook tot goud kunt spinnen, dan zal ik je trouwen en word jij mijn koningin!" "Maar," ging hij verder, "als het je niet lukt, dan zal ik je voorgoed wegsturen uit mijn koninkrijk." Het molenaarsmeisje was nu écht radeloos. Ze had geen ring meer, geen ketting meer. Ze had niets meer te geven. Ze zakte neer en huilde bitter. Daar, in de schemering, verscheen hij weer. De kleine man. "Wat geeft u me dit keer?" vroeg hij. "Ik heb niets meer," snikte ze. "Alles is gegeven." De kleine man keek haar aan. "Dan," zei hij, "beloof me dan het eerste kind dat u krijgt als u koningin wordt." Het molenaarsmeisje schrok. Dat was een grote belofte! Ze dacht: "Misschien vergeet hij het, of komt het er nooit van." In haar diepe wanhoop, stemde ze toe. "Goed," zei ze. "Ik beloof het u." De kleine man glimlachte en begon voor de derde keer te spinnen. En toen de ochtendzon scheen, lag de grootste torenkamer vol met de prachtigste berg goud! De kleine man verdween weer. Het molenaarsmeisje was te moe en bezorgd over haar belofte. De koning kwam binnen, zijn ogen straalden. "Je hebt het gedaan!" riep hij. "Je zult mijn koningin worden!" Zo gebeurde het. Ze trouwden. Ze werd koningin, en vergat al snel de kleine man en de gevaarlijke belofte die ze in haar wanhoop had gedaan.
De Naam Van Het Geheim
De koningin was nu heel gelukkig. Ze had een prachtig paleis met hoge torens en glimmende ramen, de mooiste jurken van zijde en goud, en ze had heel veel lieve mensen om zich heen. Ze was de kleine, enge man en haar gevaarlijke belofte helemaal vergeten. Haar dagen waren gevuld met vrolijkheid en het regeren van haar land. Het was een fijne tijd. Een jaar ging voorbij. En toen, werd er een lief klein prinsje geboren! De koningin was zo, zo blij. Haar hart stroomde over van liefde voor haar pasgeboren zoontje. Het prinsje had zachte haartjes, kleine roze handjes en de liefste glimlach die je je maar kon voorstellen. De koningin wilde hem voor altijd beschermen. Ze speelde urenlang met hem, zong zachte liedjes en bewonderde elk klein snufje aan zijn gezichtje. Ze kon zich geen leven zonder hem meer voorstellen. Hij was het licht in haar leven. Maar op een zonnige middag, toen de koningin heerlijk zat te spelen met haar baby in de koninklijke kinderkamer, ging de deur plotseling open. En wie stond daar? De kleine man! Zijn ogen glunderden ondeugend en hij had een brede, een beetje enge glimlach op zijn gezicht. Hij knikte een keer en zei met een piepstemmetje: 'Konigin, vergeet u niet onze afspraak? Een belofte is een belofte!' De koningin schrok zo erg dat ze bijna van haar stoel viel. Ze had hem helemaal vergeten! Haar gezicht werd wit van schrik. 'Oh nee,' fluisterde ze, 'dat kan niet waar zijn! Wat wilt u van mij?' De kleine man schudde zijn hoofd en lachte gemeen. 'Wat ik wil? Uw kind, natuurlijk! Zoals we hadden afgesproken, toen ik al dat stro voor u tot goud spon!' Hij reikte al met zijn kleine, knokige vingers naar de wieg waar het prinsje zoet lag te slapen. 'Nee! Nooit!' riep de koningin, 'Ik geef u al mijn schatten, al mijn goud, mijn mooiste juwelen! Ik geef u mijn hele kasteel, als u wilt! Maar mijn kind, dat kan ik niet geven! Dat is mijn alles!' Ze huilde bittere tranen. Ze zou nog liever alles verliezen dan haar lieve baby afstaan. De kleine man schudde zijn hoofd. 'Nee, nee, dat wil ik niet,' zei hij, 'goud en juwelen heb ik zelf genoeg. Maar goed, ik heb medelijden met u, koningin. Ik geef u drie dagen de tijd. Als u binnen drie dagen mijn naam kunt raden, dan mag u uw kind houden. Maar als u mijn naam niet raadt, dan is het kind van mij!' En voordat de koningin nog iets kon zeggen, was hij verdwenen, alsof hij nooit was verschenen. Alleen zijn gemene lach klonk nog even na in de kamer. De koningin was wanhopig. Ze probeerde de hele eerste dag namen te verzinnen. Ze dacht aan alle namen die ze kende. 'Bent u misschien Jan? Of Piet? Of Karel? Bent u misschien Willem? Of Hendrik? Of Frans?' vroeg ze keer op keer. Maar de kleine man, die elke avond kort verscheen om te horen of ze de naam wist, schudde steeds zijn hoofd en lachte gemeen. 'Nee, nee, nee!' Op het einde van de dag was de koningin zo verdrietig. Ze stuurde haar trouwe dienaar de wijde wereld in. 'Ga,' zei ze, 'zoek alle namen die er bestaan! Vraag aan iedereen die je tegenkomt, wat voor namen ze kennen! Gekke namen, gewone namen, alles!' De dienaar ging meteen op pad. Hij vroeg aan boeren op het land, aan bakkers in de stad, aan stoere ridders en aan vrolijke reizigers. De volgende dag kwam hij terug met een lijst vol namen. De koningin probeerde nieuwe namen. 'Bent u misschien Balthasar? Of Casper? Of Melchior?' vroeg ze de kleine man, die weer verscheen. Maar de kleine man bleef maar lachen. De dienaar had wel wat bijzondere namen gevonden, maar ze klonken zo raar. 'Eerwaarde Majesteit,' zei hij, 'ik hoorde vandaag de meest gekke namen. Wat dacht u van Pootjepek? Of Krabbelbeen? Of misschien wel Houtenbeen? Of Langneus?' De kleine man schudde zijn hoofd en zei, 'Geen van die namen is de mijne! Haha! Je zult het nooit raden, koningin!' De derde dag brak aan. De koningin was radeloos. Vandaag was haar laatste kans! Ze had nog maar een paar uur voordat de kleine man zou komen om haar kind op te eisen. De dienaar was al vroeg op pad gegaan, nog voor de zon opkwam. Hij liep diep het bos in, verder dan hij ooit was geweest, op zoek naar een laatste aanwijzing. Daar, tussen de hoge bomen en de groene struiken, zag hij plotseling een klein, grappig huisje. En voor dat huisje, stond de kleine man! Hij sprong vrolijk rond een klein vuurtje dat hij had gemaakt en zong een gek liedje. De dienaar kroop stiekem dichterbij, achter een grote boom, om te luisteren. Hij wilde geen geluid maken. De kleine man zong uit volle borst, zijn stemmetje piepend en vrolijk: 'Vandaag bak ik, morgen braad ik, overmorgen haal ik 't koningskind. Ach, wat is het toch goed dat niemand, niemand, weet dat ik Repelsteeltje heet!' De dienaar kon zijn oren niet geloven! Repelsteeltje! Dat was de naam! Zo snel als hij kon, rende hij terug naar het paleis. Zijn hart bonsde in zijn keel van de opwinding. Hij moest de koningin vertellen wat hij had gehoord! De koningin zat in haar troonzaal, met tranen in haar ogen. Ze dacht dat ze haar lieve prinsje kwijt zou raken. Haar hoop was bijna helemaal verdwenen. Toen kwam de dienaar binnengestormd, helemaal buiten adem, maar met een glimlach van oor tot oor. 'Majesteit! Majesteit!' riep hij, 'Ik weet zijn naam! Ik weet de naam van de kleine man!' De koningin keek op, haar ogen vol hoop. 'Wat is zijn naam?' vroeg ze, bijna fluisterend. 'Repelsteeltje!' zei de dienaar triomfantelijk. De koningin slaakte een diepe zucht van verlichting. Ze wist het! Ze wist de naam van het geheim!
Tot de Volgende Keer!
En zo kwam er een einde aan het spannende verhaal van Repelsteeltje. Bedankt voor het luisteren, lieve vriendjes! Sonacasts is heel benieuwd wat jullie ervan vonden. Laat het ons gerust weten! Misschien hebben jullie zelf ook wel een super spannend verhaal te vertellen, of een nieuw, magisch sprookje in gedachten? Pak dan je potloden en laat je fantasie de vrije loop! Tot de volgende keer, bij een heel nieuw, prachtig avontuur. Dag, dag!






