SONACAST
Ontdek het op Google PlayDownload in de App Store

Verhaal

Het verhaal van Benjamin Konijn

15 min7-9 jaar

Luister naar het begin

Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.

Het verhaal

Introductie

Hé jij daar! Heb je ooit wel eens een ondeugend konijntje gekend? Eentje dat de gekste avonturen beleeft, zelfs in een grote, gevaarlijke tuin? Vandaag duiken we in het verhaal van Benjamin Konijn, de dappere neef van Peter Konijn. Samen beleven ze een spannend avontuur vol sluwe katten en verloren jasjes. Ga je mee op reis naar de tuin van meneer Verhoef? Luister dan goed, want dit wordt een onvergetelijk avontuur!

Peter Konijn's probleem

Luister dan goed, want dit wordt een onvergetelijk avontuur! Arme Peter Konijn! Na zijn avontuur in de tuin van meneer Verhoef was hij helemaal zijn kleren kwijtgeraakt. Zijn blauwe jasje met de glimmende koperen knoopjes? Weg! En zijn kleine schoentjes? Die waren ook verdwenen. Hij was zo bang geweest voor meneer Verhoef en zijn hark! Nu zat Peter, bibberend van de kou en de schrik, diep verstopt onder een struik. Hij voelde zich zo verdrietig en een beetje dom. Hoe moest hij ooit thuiskomen zonder zijn warme jasje? Net toen Peter dacht dat hij de hele dag alleen zou moeten blijven, kwam daar Benjamin Konijn, zijn dappere neefje. Benjamin woonde vlakbij, net om de hoek in een hol onder een grote boom. Hij had Peter zien wegrennen uit de tuin van meneer Verhoef en wist dat er iets niet pluis was. Peter keek op met grote, droevige ogen. Hij had echt hulp nodig!

De gevaarlijke weg naar de tuin

Benjamin, die een heel slim konijntje was, begreep het meteen. "Geen zorgen, Peter," zei hij moedig. "Samen zullen we een plan bedenken! Jouw jasje en schoenen móéten we terughalen. Je moeder zal zich zo'n zorgen maken!" Peter knikte zachtjes. Hij voelde zich al iets beter met Benjamin aan zijn zijde. Maar hoe kwamen ze de tuin van meneer Verhoef weer in? Dat was de vraag! Meneer Verhoef was namelijk niet zo dol op konijnen. Helemaal niet! Zijn tuin was goed afgesloten, met overal hekjes en zelfs stekelige rozenstruiken. Benjamin dacht even diep na, terwijl hij aan zijn snorharen plukte. "Ik weet het!" fluisterde hij. "We gaan via de achterkant. Daar, bij de oude schuur, zit een kleine opening onder de poort. Maar we moeten heel, héél stil zijn!" Zo gingen de twee dappere konijntjes op pad. Eerst kropen ze onder de dikke wortels van de grote boom door. Daarna slopen ze voorzichtig langs de heg, waar de bessen zoet roken in de zon. Elke stap was spannend. Benjamin liep voorop, zijn oren gespitst voor elk geluidje. Peter volgde dicht achter hem aan, zijn hartje klopte snel van de opwinding en een klein beetje angst. Plotseling hoorden ze een zacht gemiauw. "Sssst!" siste Benjamin. Dat was de kat van meneer Verhoef! Die lag vaak te slapen in de zon, maar je wist maar nooit. De twee konijntjes drukten zich plat tegen de grond, zo plat als pannenkoeken. Ze wachtten, doodstil, totdat ze zeker wisten dat de kat sliep. Eindelijk! De kat gaapte breed en rolde zich om, diep in slaap. Oef! Ze kropen verder, langs de moestuin waar de worteltjes en sla zo lekker uitzagen. Maar ze moesten sterk zijn en niet stoppen! Ze kwamen dichter bij de oude schuur. En ja hoor, daar was het! Een kleine, donkere opening onder de houten poort. Precies groot genoeg voor twee kleine, dappere konijntjes. "Daar gaan we!" moedigde Benjamin Peter aan. En hup, de tuin in! De gevaarlijke weg was afgelegd. Nu moesten ze alleen nog de jas en schoenen vinden…

De kat en de mand

Daar gaan we! moedigde Benjamin Peter aan. De gevaarlijke weg was afgelegd; ze waren in meneer Verbeeks grote tuin! De zoete geur van rijpe tomaten hing in de lucht. Peter's snuitje trilde nog een beetje, zijn hartje bonkte. Maar Benjamin was dapper. Hij spitste zijn oren en zei: "Kom op, Peter! We moeten je jasje en schoentjes vinden. Dan kunnen we weer naar huis!" Ze sloopten langs rijen wortels en knapperige sla. Peter's maag knorde, maar er was geen tijd om te smullen. Eerst zijn kleren! Ze zochten overal, onder bladeren en tussen bloemen. Geen spoor van een blauw jasje of kleine bruine schoentjes. Toen, tussen de koolplanten, zag Benjamin iets. "Kijk!" fluisterde hij, "Wat is dat?" Peter keek en zijn ogen werden groot. Aan een stok stond een vogelverschrikker die een héél bekend blauw jasje en twee kleine bruine schoentjes droeg. "Mijn kleren!" riep Peter. "Meneer Verbeek heeft ze eraan gehangen!" Benjamin glimlachte. "Dat is handig. Nu hoeven we ze alleen nog maar terug te pakken." Maar toen ze dichterbij kwamen, zagen ze iets anders. Iets groots en oranjebruin, dat roerloos in de zon lag te slapen. Precies onder de vogelverschrikker, bovenop een omgekeerde rieten mand. Het was de kat van meneer Verbeek! Een enorme, pluizige kat. Ze lag helemaal languit, haar ogen dicht, en af en toe trilde haar staartpuntje. Peter's oren gingen plat tegen zijn hoofd. "De kat!" piepte hij. "Oh nee, Benjamin!" Benjamin wist dat deze kat erg gevaarlijk kon zijn. Zijn vader had hem vaak verhalen verteld. En Oude Benjamin had zelfs eens een mandje vol uien onder de neus van deze kat vandaan gehaald. "Rustig, Peter," fluisterde Benjamin. "Ze slaapt. We moeten heel voorzichtig zijn." Hij keek naar de kat, toen naar de mand. Zijn vader verborg daar altijd uien om de geur van de kat weg te houden. Nu was die leeg, maar hij wilde toch even kijken. "Kijk, Peter," zei Benjamin. "Jouw jasje hangt precies boven haar hoofd. We moeten wachten tot de kat beweegt. Dan moeten we toeslaan!" De twee konijntjes kropen achter een struik. Daar zaten ze, heel stil. Peter durfde bijna niet te ademen, zijn blik op het blauwe jasje en de pluizige kat. Minuten kropen voorbij. De kat deed geen kik. Ze lag daar als een grote, harige steen. Toen, eindelijk! De kat gaapte en strekte zich uit. Daarbij schoof ze een klein stukje opzij van de mand! Haar ogen waren nog half dicht, maar ze bewoog! "Nu!" fluisterde Benjamin. "Snel, Peter!" Benjamin sprong zo licht als een veertje. Hij klom langs de vogelverschrikker. Peter's hartje bonkte als een trommel. Benjamin pakte het blauwe jasje van de vogelverschrikker af. Tegelijkertijd schoof Peter heel voorzichtig naar de mand. Hij tilde de rand op. En ja hoor! Daar lagen drie glimmende, bruine uien! Net toen Peter de uien wilde pakken, roerde de kat zich weer. Haar gele ogen gingen op een kiertje open! Peter verstijfde. De kat keek recht naar Peter! Peter liet de mandrand los en de uien vielen zachtjes terug. "De schoentjes!" riep Benjamin, die alweer beneden was met het jasje. "Pak de schoentjes, Peter!" Peter schudde zijn angst van zich af en pakte de kleine bruine schoentjes. Snel trok hij zijn jasje aan en zijn schoentjes. Hij voelde zich meteen een stuk veiliger. De kat stond nu helemaal op. Haar ogen waren nu helemaal open. Peter en Benjamin keken elkaar aan. Het was tijd om te gaan! "Rennen!" riep Benjamin. "Heel hard rennen!" En met een ritselend geluid renden de twee konijnen weg. De kat keek ze na, haar ogen langzaam knipperend. Had ze echt iets gezien? Ze besloot nog maar een dutje te doen. Maar Peter en Benjamin waren al lang en breed op weg naar de veiligheid. Hun missie was volbracht, maar de weg naar huis was nog lang en de buikjes waren nog leeg.

De redding en de terugreis

Peter en Benjamin glipten snel weg bij Mevrouw Plof. Ze hadden de kleren en zeep achtergelaten, maar Peter's jasje en schoentjes waren gered! Nu tijd voor hun tweede missie: de worteltjes redden! Benjamin keek om zich heen. De tuin van meneer Verhoef was groot en vol heerlijke dingen! Daar, achter dahlia's, staken helderoranje worteltjes uit de aarde. “Kijk, Peter!” “Daar zijn ze!” Peter was nog een beetje bang. “We moeten supersnel zijn,” zei hij. “Die kat kan elk moment weer tevoorschijn komen, of erger nog, meneer Verhoef zelf!” Maar Benjamin was niet bang. Hij voelde zich een held en huppelde naar de worteltjes. Met zijn kleine handjes begon hij te trekken. Trek, trek, trek! De ene na de andere kwamen ze, helderoranje en nog bedekt met aarde. Ze zagen er uit! Peter hielp mee, zijn angst even vergeten door de geur. Ze trokken wel vijf prachtige, grote wortels uit de grond! “Snel, Peter, we moeten écht gaan!” Benjamin stopte de worteltjes in zijn diepe zakken. Gelukkig had Peter zijn jasje terug, dus hij kon er ook een paar in zijn jaszakken stoppen. Ze keken om zich heen. Geen spoor van de kat te zien. Ze kropen weer onder het tuinhek door, deze keer. De middagzon scheen warm. Peter voelde zijn hart nog kloppen van de spanning, maar ook van over de kostbare worteltjes. “Je bent de beste, Benjamin!” zei Peter. “Zonder jou was ik hier nooit uitgekomen!” Benjamin glunderde, zijn neusje trillend van plezier. “Geen probleem, Peter! Wij konijnen helpen elkaar altijd als er gevaar dreigt, toch?” Nu moesten ze de lange weg terug naar huis vinden. De weg door het bos was vol. De bomen waren zo hoog dat hun toppen bijna de lucht aanraakten. De lucht begon donkerder te worden. De zon zakte weg. “Oei,” zei Peter. “Het wordt al avond. Mamma zal zich vast vreselijk zorgen maken.” Benjamin knikte, zijn oortjes gespitst. “We moeten opschieten! Het is niet fijn om in het donker in het bos te zijn.” Maar Benjamin was slim. Hij kende de konijnenpaadjes en volgde de vertrouwde geur van thuis. Af en toe knabbelden ze heel stiekem aan een stukje wortel. Mmm, wat smaakte dat heerlijk na zo’n avontuur! Terwijl ze liepen, kwamen ze langs een grote, oude eikenboom. In een hol zat een uil. De uil knipperde langzaam met zijn grote ogen. “Hee, jonge konijnen,” zei de uil. “Wat doen jullie zo laat nog in dit grote bos?” Peter en Benjamin keken elkaar verschrikt aan. Benjamin was dapper. “Wij zijn Peter en Benjamin, meneer de Uil,” zei hij. “We komen net terug van een spannend avontuur in de tuin van meneer Verhoef. En we hebben worteltjes gered!” Hij liet trots een oranje puntje zien. De uil keek hen aan. “Worteltjes, zeg je? En veilig teruggekomen uit die gevaarlijke tuin?” Hij schudde zijn grote kop. “Pas maar goed op voor die sluwe kat van mevrouw Plof! Ren nu snel naar huis, voordat jullie mama’s echt ongerust worden. Een gewaarschuwd konijn telt voor twee!” “Dank u wel, meneer de Uil!” riepen de konijntjes. Ze namen de wijze woorden ter harte en renden verder, hun les geleerd. Geen avonturen meer zonder goed plan, en zeker niet in de gevaarlijke tuin van meneer Verhoef. Ze renden door de struiken en langs beekjes. De zachte avondwind waaide door hun haren. Eindelijk, na wat leek als een tijd, zagen ze de bekende contouren van hun hol. De opening was als een mond die hen naar binnen riep. Peter en Benjamin doken naar binnen. En wie zat daar al, ongerust te wachten? Mama Konijn! En ook tante Flopsie, Benjamin’s mama. Ze waren allebei geweest. “Peter! Benjamin!” riepen de moeders tegelijk. “Waar zijn jullie geweest? We hebben ons zóóó zorgen gemaakt!” Peter en Benjamin kropen dicht tegen hun moeders aan. Peter liet zijn jasje en schoentjes zien. “Ik heb mijn spulletjes terug, mama!” En Benjamin haalde zijn zakken leeg. De vijf sappige worteltjes rolden op de zachte aarde van het hol. Mama Konijn pakte Peter stevig vast. “Ach, mijn lieve Peter. Wat ben ik blij dat je veilig bent.” En tante Flopsie knuffelde Benjamin. “Jij bent een dappere jongen, Benjamin!” “We hebben een avontuur beleefd,” vertelde Peter, terwijl Benjamin knikte en smakkend keek. “En we hebben de lekkerste worteltjes ooit gevonden!” De moeders zuchtten van opluchting. Mama Konijn keek naar de worteltjes. “Hmm,” zei ze. “Die zien er inderdaad heerlijk uit. Maar volgende keer vraag je of je in een tuin mag, Peter. Vooral die van meneer Verhoef is gevaarlijk.” Peter knikte. “Ja, mama. Nooit meer zonder jouw toestemming.” Benjamin keek naar de worteltjes. “Zullen we ze nu opeten?” En zo zaten de twee dappere konijntjes, veilig thuis, samen met hun moeders te genieten van de welverdiende worteltjes. Het was een avond om nooit te vergeten, vol avontuur, moed en liefde. En de buikjes? Die waren eindelijk weer.

Uitsmijter

En zo komen we aan het einde van het verhaal over Benjamin Konijn. Wat fijn dat je mee op avontuur bent gegaan! We horen graag wat je ervan vond. Laat Sonacasts gerust weten als je feedback hebt. Misschien beleef jij zelf wel een nieuw, magisch verhaal in je dromen vannacht? Of ga je met ons mee op een volgend avontuur? Tot de volgende keer, lieve luisteraar. Droom zacht!

Meer verhalen