SONACAST
Ontdek het op Google PlayDownload in de App Store

Verhaal

De windmolen en de reus

15 min7-9 jaar

Luister naar het begin

Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.

Het verhaal

Introductie

Wist je dat windmolens soms meer zijn dan alleen maar windmolens? Diep in het mooie Nederland, waar de tulpen bloeien en de koeien grazen, stond er eens een hele bijzondere windmolen. Zijn wieken draaiden de hele dag, maar hij bewaarde een groot geheim. En ver weg, achter de heuvels, woonde een reus. Een hele grote, een beetje onhandige reus. Wat gebeurt er als deze twee elkaar ontmoeten? Luister mee naar 'De windmolen en de reus' en ontdek een magisch verhaal vol vriendschap en avontuur.

De Vrolijke Windmolen

Ver in een land hier ver vandaan, waar de zon scheen en de bloemen dansten, stond een heel bijzondere windmolen. Dit was Molenwiek de Vrolijke. Haar wieken zwaaiden elke dag met een 'zwiep-zwoep' in het rond, alsof ze danste op een vrolijk liedje. Molenwiek maalde het graan voor alle bakkers. Iedereen in het dorp hield van haar. De kinderen kwamen graag bij haar spelen, want Molenwiek kon fluisteren met de wind en wist de mooiste verhalen. Haar molenstenen, die zachtjes draaiden, waren het hart van het dorp. Als de wind zachtjes waaide, spinde Molenwiek tevreden. Blies de wind harder, dan draaiden haar wieken extra snel, vol energie. Ze leek dan te lachen, blij om iedereen te helpen. Molenwiek was altijd vrolijk en behulpzaam. Ze genoot ervan om meel te maken voor vers brood. Maar haar vredige leventje stond op het punt te veranderen.

De Komst van de Reus

Op een dag, toen de zon net opkwam en de vogels hun mooiste liedjes zongen, gebeurde er iets heel ongewoons. De aarde begon zachtjes te trillen. Eerst was het een klein beetje, alsof er een hele grote tractor door het dorp reed. Maar er was geen tractor te zien! De dieren in het bos keken elkaar vragend aan. Wat was dat voor een geluid, zo vroeg in de ochtend? Toen werd het trillen sterker. Boeren keken van hun land op en de bakkersvrouw liet bijna haar deeg vallen. Zelfs de koeien in de wei keken verbaasd op! Molenwiek, onze vrolijke windmolen, voelde het ook! Haar grote wieken stopten even met draaien en knarsten een beetje, alsof ze zich afvroeg: "Wat is dit nu weer?" Over de heuvels, daar waar de zon net vandaan kwam, verscheen een enorme schaduw. Het was zo groot, dat het de hele vallei donker maakte. En toen, verscheen hij! Het was een reus! Hij was gigantisch, veel groter dan de hoogste boom, en zijn stappen klonken als donderslagen. DONG! DONG! DONG! De reus had een ruige baard, zo pluizig als een wolk, en droeg kleren die eruitzagen alsof ze gemaakt waren van oude tenten. Zijn ogen waren groot en bruin, en keken een beetje verbaasd de wereld in. Hij leek wel een beetje verloren, daar in de rustige vallei. Hij liep langzaam, en keek om zich heen, alsof hij iets zocht. Of misschien was hij gewoon heel erg nieuwsgierig naar al die kleine huisjes en de grote molen. De dorpelingen renden naar binnen, bang voor zo’n groot wezen. De vogels vlogen weg, en de eekhoorns kropen snel in hun bomen. Alleen Molenwiek bleef staan, haar wieken nu helemaal stil. Ze keek naar de reus, die nu dichterbij kwam. Wat zou hij willen? Zou hij stout zijn? Of was hij misschien gewoon een hele grote, eenzame reus, die alleen een vriendje zocht?

Onrust en Onbegrip

De windmolen keek toe, haar wieken stonden stil van spanning. De reus kwam steeds dichterbij, zijn voeten maakten *dreunende* geluiden op de grond. De hele aarde leek een beetje te trillen bij elke stap. Hij was zó groot, groter dan de hoogste boom, groter dan de kerk. En zijn schaduw viel als een donkere deken over het hele dorp. De zon verdween even achter hem. Zou hij stout zijn? Of was hij misschien gewoon een hele grote, eenzame reus, die alleen een vriendje zocht? De windmolen wist het nog niet. Ze hoopte het laatste. De reus, die Groot-Jan heette, had helemaal geen kwade bedoelingen. Hij was gewoon een beetje onhandig. Hij zwaaide met zijn armen, misschien om hallo te zeggen, maar zijn hand veegde per ongeluk een klein boompje omver. *Krak!* klonk het zachtjes. Het boompje viel om, takken braken. Toen wilde hij verder lopen, maar zijn grote voet stapte per ongeluk op een hekje en drukte het plat. *Krak!* deed het hekje. De mensen in het dorpje zagen dat gebeuren. Ze hadden Groot-Jan nog nooit zo dichtbij gezien. Ze waren gewend aan hun rustige, kleine leventje. Ze zagen alleen de omvallende boom en het kapotte hekje, niet de vriendelijke glimlach die Groot-Jan probeerde te maken. En toen begonnen ze te roepen. "Oh nee!" riep een bakker, die net brood uit de oven haalde. "De reus! Hij maakt alles kapot!" "Ga weg, reus!" schreeuwden een paar kinderen die snel achter hun moeders wegkropen. Ze hadden nog nooit zoiets groots en indrukwekkends gezien, maar de angst van hun ouders sloeg over. De kippen kakelden verschrikt en vlogen alle kanten op. De schapen blèrden van schrik en renden de wei over. Zelfs de koeien, die normaal zo kalm waren, stonden onrustig te trappelen in de wei. Het hele dorp was in rep en roer. De windmolen zag het allemaal. Ze zag hoe Groot-Jan zijn mond opendeed, alsof hij iets wilde zeggen, maar er kwam geen geluid uit. Of misschien was zijn stem zó diep dat niemand het kon horen, behalve de grond zelf. Ze zag de verwarring in zijn grote, bruine ogen. Hij wilde helemaal niets kapotmaken, dat wist de windmolen zeker. Hij wilde alleen dichtbij zijn. Dichtbij de kleine huisjes, de bloeiende tuinen, de lachende mensen. Maar de mensen waren niet aan het lachen. Ze waren bang. Ze trokken hun gordijnen dicht. Ze renden hun huizen in en deden de deuren op slot. Sommigen pakten zelfs stokken of hooivorken, alsof ze daarmee een reus konden wegjagen. Wat een misverstand! dacht de windmolen. Wat zonde! Want Groot-Jan voelde de angst van de mensen. Hij zag hoe ze zich verstopten. Zijn grote schouders zakten een beetje in elkaar. Hij begreep het niet. Hij wilde toch alleen maar kijken? Waarom waren ze zo bang? Hij probeerde voorzichtig een stap achteruit te doen, maar zijn grote voet stootte tegen de waterput aan. De emmer viel erin met een groot geluid, en een paar stenen rolden naar beneden. "Kijk eens! Hij valt de waterput aan!" riep een visser, die zijn bootje snel op het droge trok. "Hij wil ons water afpakken!" schreeuwde een boerin, die haar kinderen naar binnen sleurde. Groot-Jan schudde zijn hoofd. Nee, nee, dat was helemaal niet waar! Hij wilde alleen maar voorzichtig zijn. Maar hoe harder hij probeerde voorzichtig te zijn, hoe meer er misging. Zijn voeten waren te groot voor de smalle straatjes. Zijn armen waren te lang voor de lage daken. Zijn adem, die voor hem een zuchtje was, voelde voor de dorpelingen als een *stormwind* die de waslijnen leeg blies. De dorpelingen durfden niet dichterbij te komen, maar ze begonnen wel dingen te roepen. "Ga weg!" en "Verdwijn!" klonk het overal vandaan. Eén dappere man gooide zelfs een kleine kiezelsteen naar Groot-Jan. De kiezelsteen raakte zijn enorme been en stuiterde er zonder enig effect vanaf. Groot-Jan voelde het nauwelijks, maar hij begreep de boodschap. Ze wilden hem niet. Een diep, treurig gevoel maakte zich meester van de reus. Hij had gehoopt op vriendelijke gezichten, op vrolijke stemmen. Maar in plaats daarvan zag hij alleen maar angst en boosheid. Zijn ogen werden een beetje waterig. Hij voelde zich zo eenzaam. Zo gigantisch en zo alleen. Hij draaide zich langzaam om, zijn reusachtige rug naar het dorpje. Met elke stap die hij zette, beefde de grond opnieuw, maar nu niet meer van onhandigheid, maar van diepe teleurstelling. Hij liep weg, terug de bergen in, waar hij vandaan kwam. Weg van de kleine huisjes, weg van de angstige mensen. Zijn schaduw werd steeds kleiner en verdween uiteindelijk helemaal achter de laatste heuvel. De windmolen keek Groot-Jan na. Ze zag hoe hij verdween. Haar wieken zuchtten een beetje in de wind. Wat was dit jammer. De reus was verdrietig en de mensen waren bang. En niemand had echt geprobeerd te begrijpen. De mensen zagen alleen een gevaarlijke reus, en de reus zag alleen angstige, boze mensen. De windmolen voelde de wind door haar wieken suizen. De wind fluisterde haar verhalen toe, verhalen van de bergen, van de zee, van ver weg. En ze fluisterde ook het verdriet van Groot-Jan. Zou er dan niemand zijn die het misverstand kon oplossen? Zou er dan niemand zijn die kon zien dat de reus misschien wel een gouden hart had, verstopt achter die grote, onhandige handen? Ze zuchtte nogmaals. Dit kon zo niet langer. Er moest iets gebeuren. Maar wat?

Vriendschap en Harmonie

De Windmolen dacht diep na. Haar wieken stonden stil, en de molenaar was verdrietig. Ze moest haar angst opzij zetten en praten met de Grote Reus. Dat was eng, want de Reus was enorm en nors, maar ze had geen keuze. Haar hart bonsde als een vogeltje in een kooitje. De volgende ochtend, bij zonsopgang, besloot de Windmolen het te proberen. Ze verzamelde moed, haar houten frame trilde.

Afsluiting

En zo komt er een einde aan het avontuur van de windmolen en de reus. Dank je wel dat je hebt geluisterd! Vond je het leuk? Laat het Sonacasts dan zeker weten! Misschien kun je nu zelf een nieuw verhaal bedenken? Over een praatpaal die kan zingen, of een wolk die avonturen beleeft? Tot de volgende keer, lieve luisteraar! Slaap lekker, of ga lekker spelen! Dag!

Meer verhalen