SONACAST
Ontdek het op Google PlayDownload in de App Store

Verhaal

De vrolijke avonturen van Robin Hood

30 min7-9 jaar

Luister naar het begin

Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.

Het verhaal

Introductie

Zou je willen horen over een tijd, lang geleden, toen de bomen in Sherwood Forest fluisterden en de zon speelde tussen de bladeren? Daar, diep in het hart van het bos, woonde een hele bijzondere held. Een man met een groen pak en een pijl en boog, die wist hoe hij de arme mensen kon helpen en de rijken een beetje voor de gek kon houden. Ben je klaar voor spannende verhalen vol vriendschap, slimme plannetjes en heel veel vrolijkheid? Dan ben je hier precies goed, voor de vrolijke avonturen van Robin Hood!

Robin Hood en het Sherwood Forest

Daar, diep in het Sherwood Forest, tussen de hoge bomen en de groene struiken, woonde onze vriend Robin Hood. Het Sherwood Forest was geen gewoon bos, nee hoor! Het was een betoverd plekje, vol met zingende vogeltjes en kabbelende beekjes die vrolijk door de vallei stroomden. De zonnestralen dansten door de bladeren, als kleine gouden stipjes op de bosgrond. Overal waren geheime paadjes en verstopplekjes waar alleen Robin Hood en zijn vrienden de weg wisten. Konijntjes huppelden vrolijk rond en de eekhoorns klommen behendig van tak naar tak, altijd op zoek naar een nootje. Robin Hood hield zo veel van dit bos. Het was zijn thuis, zijn veilige schuilplaats, en de plek waar hij zijn slimme plannetjes bedacht om de arme mensen te helpen. Hij was daar, ver weg van de gemene sheriff van Nottingham, die het de mensen zo moeilijk maakte. Samen met zijn vrolijke vrienden zorgde hij ervoor dat iedereen weer kon lachen. En het allergrootste avontuur, dat begon pas net!

Robin Hood ontmoet Kleine Jan

En dat avontuur, dat begon sneller dan Robin Hood dacht! Op een zonnige middag liep hij diep in Sherwood Forest, fluitend een vrolijk liedje. De zon scheen door de bladeren en de vogeltjes zongen met hem mee. Plotseling kwam hij bij een smalle, houten brug over een klein beekje. Maar wat was dat? Aan de andere kant stond een reusachtige man! Hij was zo lang als een boom en had een enorme stok in zijn hand. Robin Hood, altijd in voor een geintje, zei met een glimlach: 'Hé grote vriend, stap opzij! Ik wil oversteken.' De reusachtige man keek op hem neer en lachte. 'Nee hoor, kleine man! Ik was hier het eerst! Jij moet maar wachten.' Robin Hood lachte terug. 'Nou, dat zullen we nog wel eens zien!' Hij pakte ook een stevige stok uit het bos. De twee mannen keken elkaar aan en begonnen voorzichtig met hun stokken te tikken. Het leek wel een grappig dansje met stokken! Toen tikte de grote man zo hard dat Robin Hood zijn evenwicht verloor! Plons! Robin Hood viel met een grote spat in het koude water van het beekje. Hij kwam omhoog, lachend en druipend. De grote man, die Kleine Jan heette, stak zijn hand uit en hielp Robin Hood eruit. 'Dat was een goede plons, Robin Hood!' zei Kleine Jan, en ze moesten allebei hard lachen. Robin Hood schudde zijn natte haren uit en keek Kleine Jan aan. 'Kleine Jan, je bent sterk en dapper! Wil je mijn vriend worden en deel uitmaken van onze vrolijke bende in Sherwood Forest? We beleven de gekste avonturen!' Kleine Jan glimlachte breed. 'Ja, dat wil ik wel!' En zo kreeg Robin Hood er een hele goede, reusachtige vriend bij. Wat een begin van een prachtige vriendschap, en nog veel meer avonturen stonden hen te wachten!

Broeder Tuck en zijn vrolijke lach

Robin Hood en Kleine Jan, zijn trouwe vriend, zwierven door het diepe, groene Sherwood Forest. Ze zochten altijd naar nieuwe avonturen en mensen die hun hulp nodig hadden. Want in Sherwood Forest gebeurde van alles! En vandaag zouden ze iemand heel bijzonders ontmoeten, al wisten ze nog niet wie. Op een dag, terwijl ze langs een beekje liepen, hoorden ze een vreemd geluid. Het klonk een beetje als... een vrolijk gesnurk! Nieuwsgierig volgden ze het geluid dieper het bos in. Het snurken werd steeds luider, bijna als een zacht grommen. En daar, onder een gigantische eik, zat een grote, ronde man met een glimmende, kale kruin. Hij droeg een bruin gewaad en had een brede, vriendelijke glimlach op zijn gezicht, zelfs terwijl hij sliep. Dit was Broeder Tuck, de vrolijkste monnik van Sherwood Forest! Toen Robin Hood en Kleine Jan dichterbij kwamen, opende Broeder Tuck langzaam zijn ogen. Zijn ogen twinkelde van plezier. "Nou, nou," zei hij met een diepe, brommende stem, "wat een aangename verrassing! Kwamen jullie luisteren naar mijn middagdutje-concert?" Robin Hood lachte. "Nee, beste Broeder Tuck, wij zijn Robin Hood en Kleine Jan. Wij hoorden uw vrolijke... slaapmuziek! En we dachten: wie kan er nu zo blij zijn dat hij zelfs lachend slaapt?" Broeder Tuck schaterde het uit. "Ho ho ho! Dat is mijn manier om de eekhoorns te vermaken en de bomen te laten lachen! Kom, kom, ga zitten. Willen jullie een appel? Ze zijn net geplukt en barsten van de zoetheid!" Hij reikte hun twee heerlijke appels aan. Broeder Tuck was een bijzondere monnik. Hij hield van lekker eten, vrolijke liedjes en vooral van het helpen van mensen. Hij had een hart van goud en was altijd bereid om een luisterend oor te bieden of een goed verhaal te vertellen. Hij vertelde Robin Hood en Kleine Jan over de arme mensen in de dorpen die het moeilijk hadden door de gemene sheriff van Nottingham. Robin Hood luisterde aandachtig. "We moeten deze mensen helpen, Broeder Tuck," zei Robin. "Dat is precies waarom wij hier zijn! Om de zwakken te beschermen en recht te zetten wat krom is!" Broeder Tuck knikte instemmend. "Dat is muziek in mijn oren, Robin Hood! Ik heb mijn klooster verlaten omdat ik meer wilde doen voor de mensen. Als jullie een helpende hand nodig hebben, of gewoon iemand om mee te lachen, dan ben ik jullie man!" Robin Hood stak zijn hand uit. "Dan bent u van harte welkom bij onze groep, Broeder Tuck! Wij noemen onszelf de Vrolijke Mannen van Sherwood. Samen kunnen we zoveel goeds doen!" En zo werd Broeder Tuck de derde Vrolijke Man. Zijn aanwezigheid bracht nog meer vreugde en gezelligheid. Met zijn diepe stem zong hij de mooiste liedjes en zijn verhalen waren altijd vol wijsheid en humor. Hij zorgde er ook voor dat niemand honger leed, want hij wist altijd de lekkerste bessen en paddenstoelen te vinden, en soms zelfs versgebakken brood uit een nabijgelegen dorp. Maar alleen als de bakker het kon missen, natuurlijk. Nu waren ze met zijn drieën: Robin Hood, de dappere leider; Kleine Jan, de sterke reus; en Broeder Tuck, de vrolijke, wijze monnik. Samen vormden ze een team, klaar voor alle avonturen. Met Broeder Tuck's vrolijke lach klonk het bos nog gezelliger en veiliger dan ooit. Wat zou het volgende avontuur zijn? Het bos hield zoveel geheimen verborgen...

De Ridder in Nood

Op een zonnige ochtend, toen de dauwdruppels nog glinsterden op het groene gras en de vogeltjes vrolijk floten, liepen Robin Hood en zijn vrienden door het Sherwood Forest. De zon scheen door de bladeren van de hoge eikenbomen en maakte mooie patronen op de grond. Kleine Jan oefende met zijn grote stok, en Broeder Tuck zong zachtjes een liedje. Het was een fijne dag, maar toen zagen ze iets ongewoons. Daar, aan de rand van een open plek, zat een man op de grond. Hij had een glimmend harnas aan, maar zijn helm lag naast hem. Zijn schouders waren gebogen en hij keek heel, heel verdrietig. Het was een ridder. Maar ridders zijn toch altijd dapper en sterk? Waarom was deze ridder zo somber? Robin Hood, die altijd een goed hart had, stapte voorzichtig naar voren. "Goede ridder," zei hij met een vriendelijke stem, "waarom zit u hier zo bedroefd in ons mooie bos? Heeft u hulp nodig?" De ridder keek op. Zijn ogen waren rood. "Ach, dappere vreemdeling," zuchtte hij, "mijn naam is Sir Richard van de Lea, en ik ben in grote nood. Ik heb een heleboel gouden munten geleend van een gemene abt, een hele rijke meneer die niet zo vriendelijk is. Ik moest het geld terugbetalen, maar ik heb het niet. Als ik morgen niet betaal, dan pakt hij mijn kasteel af, en mijn land, en dan hebben mijn vrouw en kinderen geen thuis meer." Een dikke traan rolde over zijn wang. Robin Hood luisterde aandachtig. Hij hield er niet van als rijke, gemene mensen de arme en kwetsbare mensen pijn deden. "Wees niet bang, Sir Richard," zei Robin Hood met een stevige stem. "U bent in Sherwood Forest, en hier helpen we elkaar. Mijn vrienden en ik zullen u helpen!" De ridder keek verbaasd op. "Maar hoe dan? Het is zo veel geld!" Robin Hood glimlachte geheimzinnig. "Maakt u zich geen zorgen. In dit bos gebeuren wonderlijke dingen. Wacht hier. Wij zullen ervoor zorgen dat u uw geld krijgt." Robin Hood riep zijn vrolijke vrienden bij elkaar. "Hoor eens," zei hij, "Sir Richard heeft hulp nodig. De gemene abt wil zijn kasteel afpakken. Wij moeten hem helpen!" De mannen knikten allemaal. Ze waren het er helemaal mee eens. Kleine Jan zei: "Zullen we de abt eens een lesje leren?" Broeder Tuck voegde eraan toe: "Ja, een lesje in delen, in plaats van alleen maar nemen!" Ze besloten om goed op te letten wie er door het bos zou reizen. Ze wisten dat de abt vaak met zijn koets door de streek kwam, altijd vol met goud en zilver dat hij van arme mensen afpakte. Ze verborgen zich tussen de struiken en de bomen. Ze wachtten heel stil. De eekhoorns dartelden om hen heen, en de vogeltjes zongen hun liedjes, maar de vrienden waren zo stil als standbeelden. Uren gingen voorbij. De zon klom hoger aan de hemel. Toen, hoorden ze het! In de verte klonken hoeven en rammelende wielen. En het belangrijkste: ze hoorden luide, onvriendelijke stemmen. "Daar komt hij!" fluisterde Will Scarlet. En ja hoor, een grote, glimmende koets kwam aangereden, getrokken door vier sterke paarden. Naast de koets liepen soldaten met grote zwaarden, en in de koets zat een hele dikke man met een strenge blik. Het was de abt! De abt die Sir Richard zo veel verdriet had gedaan. Robin Hood stapte tevoorschijn, precies midden op het pad. Zijn groene kleren vielen bijna niet op tegen de bomen, maar zijn lach was duidelijk. "Goededag, beste abt!" riep hij vrolijk. De abt schrok en zijn koets stopte met een ruk. "Wie ben jij? En wat wil je?" bromde hij boos. "Ik ben Robin Hood," antwoordde Robin, "en ik ben de gastheer van dit bos. Ik nodig u uit voor een kleine maaltijd, en daarnaast... hebben we een kleine bijdrage nodig voor een vriend in nood." De abt keek om zich heen. Overal zag hij Robins vrienden verschijnen tussen de bomen, allemaal met hun bogen en pijlen. Hij begreep al snel dat hij geen andere keuze had. Hij zuchtte diep en knorde: "Hoeveel dan?" Robin Hood noemde precies het bedrag dat Sir Richard nodig had. De abt mopperde, maar hij moest wel. Zijn soldaten durfden niets te doen tegen zo veel vrolijke, maar vastberaden mannen. Al snel lag een zak met glimmende gouden munten op de grond. "Dank u wel, abt," zei Robin Hood met een diepe buiging. "U heeft vandaag een heel goede daad verricht." De abt gromde iets onverstaanbaars en reed snel weg. Robin Hood en zijn mannen brachten de zak met goud naar Sir Richard. De ridder kon zijn ogen niet geloven! "Het... het is precies het bedrag!" stamelde hij. Hij omhelsde Robin Hood en zijn vrienden. "Jullie hebben mijn familie gered! Ik zal jullie dit nooit vergeten." Sir Richard ging snel op weg om zijn schuld te betalen en zijn land te redden. Robin Hood en zijn vrolijke vrienden voelden zich warm van binnen. Ze hadden weer iemand geholpen die het nodig had. Het was een bijzondere dag in Sherwood Forest, vol vriendschap en gerechtigheid. Robin Hood was de ware held van het bos, en wie weet welke avonturen er nog meer zouden komen!

Het Grote Boogschutterstoernooi

Na zo veel avonturen, dacht Robin Hood dat er misschien wel iets heel spannends aan zat te komen. En hij kreeg gelijk! Op een zonnige ochtend bracht een vogel nieuws van ver. Er zou een groot boogschutterstoernooi gehouden worden in de stad Nottingham! De Sheriff van Nottingham, die helemaal niet aardig was, had het georganiseerd. En wat was de prijs? Een prachtige, glimmende gouden pijl! Robin Hood hoorde dit en zijn ogen begonnen te glimmen. "Een gouden pijl!" dacht hij. Hij was de beste boogschutter van het hele bos, zo goed dat hij een muntje van een mijl afstand kon raken. Maar er was een probleem. De Sheriff wilde Robin Hood vangen! Als Robin naar het toernooi zou gaan, zou hij misschien wel in de val lopen. Kleine Jan kwam naar hem toe, zijn gezicht een beetje bezorgd. "Robin, dat is gevaarlijk," zei hij. "De Sheriff zal je herkennen. Hij wil je vangen!" Broeder Tuck knikte ernstig. "We moeten voorzichtig zijn," mompelde hij. Maar Robin Hood was moedig. Hij lachte zijn vrienden toe. "Maak je geen zorgen, mijn vrienden! Ik ben slim. Ik zal mezelf verkleden zodat niemand me herkent. En die gouden pijl... die wil ik winnen voor de arme mensen van Nottingham!" De anderen zagen de vastberadenheid in zijn ogen en wisten dat er geen houden aan was. De volgende dag trok Robin Hood oude, versleten kleren aan. Hij deed een grote kap over zijn hoofd die zijn gezicht bijna helemaal bedekte. Hij leek helemaal niet op de beroemde Robin Hood! Hij leek meer op een eenvoudige boer. Zelfs zijn eigen vrienden moesten twee keer kijken! Met zijn trouwe boog en een koker vol pijlen ging hij op weg naar Nottingham. De zon scheen helder en de vogels zongen, maar Robin was op zijn hoede. Hij wist dat de Sheriff overal ogen had. Toen hij aankwam, was de stad vol met mensen. Er waren vlaggen en banieren, en overal klonken vrolijke geluiden en opwinding. Boogschutters uit alle hoeken van het land waren gekomen om te laten zien hoe goed ze waren. Ze lachten en praatten, en sommigen pochenden over hoe goed ze wel niet waren. De Sheriff van Nottingham zat op een grote stoel, helemaal vooraan. Hij keek heel belangrijk en een beetje nors. Hij had zijn bewakers rondom zich, en hij tuurde steeds in de menigte, zoekend naar een glimp van Robin Hood. De wedstrijd begon. De ene na de andere boogschutter schoot zijn pijl. Sommigen schoten goed, anderen misten de roos helemaal. Het publiek juichte en zuchtte. Robin Hood wachtte geduldig op zijn beurt. Toen hij eindelijk aan de beurt was, stapte hij naar voren. Zijn hart klopte snel, maar hij bleef kalm. Hij pakte een pijl, legde hem op de pees van zijn boog, en floep! Met een zachte whoosh vloog de pijl recht door de lucht en raakte precies het midden van de roos. Een luid gejuich steeg op! De mensen waren verbaasd. De Sheriff fronste zijn wenkbrauwen. "Wie is die boer?" mompelde hij. "Hij schiet wel erg goed." Robin Hood schoot nog een pijl, en nog een. Elke keer raakte hij de roos, of kwam hij er heel dichtbij. De andere boogschutters keken met open mond toe. Zelfs de Sheriff begon onrustig te worden. Hij had nog nooit zo'n goede schutter gezien. Zou dit... zou dit Robin Hood kunnen zijn? Toen kwam de laatste ronde. Er waren nog maar twee schutters over: Robin Hood en een hele grote, sterke man die dacht dat hij de beste was. Het doel was nu een heel klein stukje verder weg, en de roos was piepklein. Iedereen hield zijn adem in. De grote man schoot als eerste. Zijn pijl vloog en raakte de rand van de roos. De mensen klapten, want het was een goede poging. Nu was het de beurt aan Robin Hood. Hij nam zijn tijd. Hij sloot heel even zijn ogen, haalde diep adem, en boem! Zijn pijl vloog sneller dan een vogel, rechter dan een liniaal, en splitste de pijl van de grote man precies in tweeën! En toen landde hij midden in het hart van de roos! Een oorverdovend gejuich barstte los! De mensen sprongen op en neer. Robin Hood had gewonnen! De gouden pijl was van hem! De Sheriff sprong ook op, maar niet van blijdschap. "Dat kan niet!" riep hij. "Alleen Robin Hood kan zo schieten! Bewakers, pak hem!" Maar Robin Hood was snel. Sneller dan de wind. Voordat de bewakers ook maar een stap konden zetten, pakte hij de gouden pijl, zwaaide hij naar de mensen, en rende weg, zo het bos in! De Sheriff stampte met zijn voeten van woede. Robin Hood had hem weer te slim af geweest! En met die glimmende gouden pijl in zijn hand, wist Robin dat hij weer iets goeds had gedaan voor de mensen. Hij was veilig terug in het Sherwood Forest, en de Sheriff had het nakijken. Wat een spannende dag was dat!

De Slimme Ontsnapping

Robin Hood was weer thuis in zijn geliefde Sherwood Forest. De zon scheen, vogeltjes zongen. Hij had net de Sheriff zo mooi voor de gek gehouden bij het boogschutterstoernooi. De Sheriff was rood van woede, maar Robin had zijn gouden pijl, en de mensen waren blij. Robin en zijn vrienden, Kleine Jan en Broeder Tuck, genoten van een maaltijd. Ze lachten en vertelden verhalen. Robin vertelde hoe hij de Sheriff had uitgedaagd en gewonnen, en iedereen klapte. Maar de Sheriff van Nottingham was het niet vergeten. "Die Robin Hood," gromde hij in zijn kille kasteel, "hij lacht me altijd uit! Maar ik zal hem pakken!" Hij riep zijn wachters: "Jullie moeten Robin Hood vangen! Hij moet naar mijn kerkers!" De wachters waren met velen. De volgende dag, toen Robin Hood alleen door het bos liep om bloemetjes te plukken voor Vrouwe Marian, hoorde hij geritsel. Takjes knapten. Robin stopte. Zijn hart klopte sneller. Dit was geen dier. Voor hij het wist, sprongen er wel vijf, zes wachters uit de bosjes! Ze waren groot en sterk. Robin Hood was dapper, maar alleen. "Ha!" riep de hoofdman, "Eindelijk hebben we je, Robin Hood! Je gaat mee naar het kasteel!" Robin zuchtte. Vechten had nu geen zin. Hij tilde zijn handen op en liet zich vangen. De trotse wachters duwden hem naar het hoge, grijze kasteel. Binnen was het donker en koud. De Sheriff wachtte met een gemene glimlach. "Zo, zo, Robin Hood," zei de Sheriff, "eindelijk ben je hier! Een mooi plekje in mijn diepste kerker wacht op je!" Hij lachte hard. Twee wachters grepen Robin en duwden hem door donkere gangen. De kerker was inderdaad donker. Er was maar één klein raampje, hoog in de muur, met een beetje licht. Er lag wat stro, het rook muf. Robin ging rustig zitten. De wachters dachten dat hij bang was. Maar Robin Hood was dat niet! Hij dacht na: "Hoe kom ik hieruit? En hoe kan ik de Sheriff nog een keer voor de gek houden?" Hij keek goed om zich heen. Een kleine houten deur met een roestig slot. De muren waren dik. Maar boven het raampje, zag Robin iets bijzonders: een spinnenweb, en vlak ernaast, een steen die een beetje los zat. Net genoeg. Diep in zijn mouw zat een klein, stevig veertje. Geen gewoon veertje, maar eentje die hij bewerkt had om kleine dingetjes los te wrikken. Hij haalde het voorzichtig tevoorschijn. De wachters waren allang weg. Alleen het gekras van een muisje was te horen. Robin strekte zich uit. Het raampje was hoog, maar hij was lenig. Hij reikte met zijn veertje naar de losse steen. Hij stak het in het kiertje en begon zachtjes te wrikken. Krak! Een klein geluidje, maar niemand hoorde het. Hij wrikte en wrikte. De steen bewoog iets meer. Geduldig, wist hij de steen eruit te halen! Hij was niet groot, maar groot genoeg om een klein handje door te steken. En wat lag erachter? Een klein, oud, roestig ijzeren pinnetje! Precies wat hij nodig had! Met het pinnetje ging Robin naar de houten deur. Hij bestudeerde het roestige slot. Het zag er ingewikkeld uit, maar Robin wist hoe hij moest luisteren naar de klikjes. Hij stak het pinnetje in het sleutelgat. Zachtjes, met uiterste concentratie, begon hij te voelen en te draaien. Klik! Het duurde even. Soms moest hij opnieuw beginnen. De muis keek toe, het spinnenbeestje weefde verder. En toen, na wat voelen en luisteren, hoorde Robin een zacht klikje! Het slot ging open! Robin glimlachte breed. Hij had het gedaan! Zonder sleutel, alleen met een oud pinnetje en zijn slimme hoofd. Hij opende de zware houten deur, die een beetje kraakte. Hij keek voorzichtig de gang op. Geen wachter te zien! Nu moest hij nog uit het kasteel komen. Robin Hood sloop langs de muren, zo stil als een schaduw. Hij hoorde de stemmen van de wachters in een andere gang, die lachten. Ze dachten dat Robin Hood veilig opgesloten zat. Ze hadden geen idee! Robin Hood wist precies waar hij naartoe moest. Hij kende het kasteel en wist waar de keukens en de achterpoort waren. Hij sloop door een grote keuken, waar koks bezig waren met het avondeten. Hij greep snel een appel uit een mand. Niemand zag het. Dat zou een lekker tussendoortje zijn voor onderweg. Hij vervolgde zijn weg langs donkere hoekjes. Uiteindelijk kwam hij bij een kleine achterpoort. Deze was niet zo zwaar en had een eenvoudigere grendel. Met een laatste zachte klik, en een duwtje, was Robin Hood vrij! De frisse lucht sloeg hem tegemoet. Hij keek nog even om naar het grote, grijze kasteel. De Sheriff zou vast heel boos zijn. Robin verstopte zich snel in de struiken en rende zo snel als hij kon terug naar het Sherwood Forest. Toen hij bij de geheime plek kwam waar zijn vrienden zaten, konden ze hun ogen niet geloven! "Robin!" riep Kleine Jan. "Je bent terug! Hoe heb je dat gedaan?" Robin Hood lachte en vertelde zijn verhaal over de losse steen, het veertje, het pinnetje en het slot. Iedereen klapte en juichte. "De Sheriff zal vast zijn hoofd krabben," zei Broeder Tuck, terwijl hij zijn buik schudde van het lachen. "Hij dacht dat hij je had, maar Robin Hood is altijd slimmer!" Robin glimlachte. Hij had de Sheriff weer te slim af geweest. En terwijl de zon langzaam onderging, wisten Robin en zijn vrienden dat er altijd weer een nieuw avontuur op hen wachtte. Maar voor nu was het tijd voor een welverdiende rust. Want een slimme ontsnapping is ook heel vermoeiend, weet je wel?

Een Listige Truc van Robin Hood

Goedendag, lieve luisteraars! De zon kwam weer op, en met elke nieuwe dag kwam er een nieuw avontuur voor Robin Hood en zijn dappere vrienden in Sherwood Forest. Want Robin Hood zat nooit lang stil! De Sheriff van Nottingham was woest! Hij zwoer Robin Hood te vangen, maar onze held was hem altijd een stap voor. Op een zonnige ochtend zat Robin Hood onder een eik en keek naar de weg. "De Sheriff onderschat me," mompelde hij. Toen zag hij een kar vol vlees naderen, bestuurd door een dikke slager met een goed gevulde geldzak. Robin kreeg een idee! Een slim en ondeugend plan. Hij wachtte tot de slager dichterbij kwam en sprong toen, licht als een veertje, uit de bosjes. "Goedendag, beste slager!" zei Robin met een vriendelijke lach. De slager schrok zich een hoedje! "Wie ben jij?" gromde hij. "Rustig maar," zei Robin, "ik ben een vriend. Ik zie dat u een lange reis heeft. Zou u niet liever een kortere weg nemen?" De slager keek argwanend. Robin glimlachte. "Oh, die is er zeker! Ik heb hier in het bos prachtige, vette ossen. Veel mooier dan wat u aanbiedt. En ik zou ze u voor een heel speciale prijs willen verkopen." De slager, die dol was op een goede deal, werd nieuwsgierig. "Ossen hier in het bos? Dat is onmogelijk!" Robin knikte. "Helemaal niet!" En voordat de slager het wist, had Robin hem zachtjes van zijn kar getrokken en hem, zonder hem pijn te doen, vastgebonden aan een boom. Hij nam de slagerskleren en de kar met vlees over. Met de slagerskleren aan – zijn gezicht besmeurd om er ouder uit te zien – reed Robin Hood de stad Nottingham binnen. Op de markt was het een drukte van belang. Robin parkeerde de slagerskar op de drukste plek. "Vers vlees! Vandaag een speciale aanbieding! Het beste vlees, voor een prijs die zo laag is dat je erbij neervalt!" De andere slagers keken verbaasd. Zo goedkoop? De mensen stroomden toe. Robin Hood verkocht zijn vlees voor bijna niks. Iedereen was dolenthousiast! De andere slagers waren helemaal niet blij. "Die nieuwe slager verpest onze handel!" klaagden ze bij de Sheriff. De Sheriff van Nottingham luisterde met een frons. "Dus er is een nieuwe slager die zijn vlees zo goedkoop verkoopt? Dat is toch bijzonder!" Een idee broeide in zijn sluwe hoofd. "Hmm, misschien kan ik deze man gebruiken. Als hij zo goedkoop is, kan hij vast ook veel geld voor mij verdienen." Hij liet de 'nieuwe slager' bij zich roepen. Robin Hood, nog steeds verkleed, trad met een eerbiedige buiging binnen. "Mijnheer de Sheriff," zei Robin met een zachte, nederige stem. "U liet mij roepen?" "Zeker!" zei de Sheriff, zijn ogen glinsterend. "Ik hoor dat u uitstekend vlees verkoopt voor een wel heel lage prijs. Waar haalt u al die prachtige, goedkope beesten vandaan?" Robin keek een beetje mysterieus. "Ach, mijnheer de Sheriff, ik heb inderdaad een heel bijzondere kudde ossen. Ze grazen diep in Sherwood Forest. Het zijn de grootste, vetste beesten die u ooit hebt gezien. Ik heb er zoveel dat ik ze bijna weg moet geven!" De Sheriff likte zijn lippen af. "Sherwood Forest, zeg je? Daar wonen ook die bandieten van Robin Hood, toch?" Robin knikte. "Oh ja, die Robin Hood! Maar hij is zo slim, die heeft nooit iets te maken met mijn prachtige beesten. Nee hoor, mijn kudde is helemaal van mij." De Sheriff dacht na. Wat als hij deze slager zover kon krijgen om hem al zijn 'goedkope' beesten te verkopen? Dat zou hem rijk maken! "Zeg, beste slager," zei de Sheriff, "wat dacht u ervan om vanavond met mij te dineren? Dan kunnen we het rustig hebben over de aankoop van uw hele kudde!" Robin deed alsof hij verrast was. "Oh, mijnheer de Sheriff, dat is een grote eer! Heel graag!" Die avond zat Robin Hood, nog steeds verkleed, aan tafel met de Sheriff en zijn mannen. Ze aten en dronken, en de Sheriff vroeg steeds maar weer naar die bijzondere kudde. Robin lachte in zijn vuistje. "Mijnheer de Sheriff," zei Robin, toen het diner bijna afgelopen was, "als u echt wilt zien hoe prachtig mijn kudde is, dan moeten we er nu meteen naartoe rijden. Ze zijn het mooist bij maanlicht!" De Sheriff, die al een beetje dronken was en dacht aan al het geld, stemde meteen in. De Sheriff en zijn ridders, zo'n twintig man sterk, volgden Robin Hood de diepe, donkere bossen van Sherwood in. De maan scheen zilverachtig door de bladeren. Ze reden dieper en dieper, totdat ze op een open plek kwamen. En daar, onder het licht van de maan, stonden ze. Geen kudde ossen. Maar de vrolijke mannen van Robin Hood! Kleine Jan, Broeder Tuck, Will Scharlaken en al de anderen! Ze kwamen tevoorschijn uit de schaduwen, hun groene kleding glinsterend in het maanlicht. De Sheriff keek met open mond. "Wat... wat is dit?" stamelde hij. Robin Hood trok zijn slagersmuts af, en zijn lachende gezicht kwam tevoorschijn. "Dit, mijnheer de Sheriff," zei Robin, zijn stem nu luid en duidelijk, "dit is mijn kudde! Mijn vrolijke mannen van Sherwood Forest!" De Sheriff zag bleek van schrik. Hij was er weer ingeluisd! En hij had al zijn geld voor de 'aankoop' van de kudde bij zich! Robin Hood en zijn mannen namen het geld van de Sheriff en zijn ridders. Zoals altijd, verdeelden ze het onder de arme mensen die het het hardst nodig hadden. Ze lieten de Sheriff en zijn mannen beschaamd en een beetje nat achter, want ze moesten helemaal teruglopen naar Nottingham. Robin Hood keek de Sheriff na. "Zo zie je maar," zei Robin tegen zijn mannen, "een list is soms veel beter dan honderd pijlen." En zo had Robin Hood weer bewezen dat hij een meester was in het bedenken van slimme plannetjes om de rijken een lesje te leren en de armen te helpen. En de Sheriff? Die ging die avond naar bed met een hele lege portemonnee en een nog leger gevoel. Maar Robin Hood en zijn vrienden? Die vierden feest in het bos! Wat een slimme truc, hè?

Afsluiting

En zo komt er een einde aan dit vrolijke avontuur van Robin Hood! Wat fijn dat je meegeluisterd hebt. Ik hoop dat je ervan genoten hebt en dat het je inspiratie heeft gegeven. Misschien heb je nu wel zin gekregen om zelf nieuwe verhalen te bedenken? Wie weet welke magische plekken of sprekende dieren jij allemaal kunt verzinnen! Jouw fantasie is groots. Laat Sonacasts gerust weten wat je ervan vond. Tot de volgende keer, lieve vrienden, en blijf dromen!

Meer verhalen