
Verhaal
De jongen en de noordenwind
15 min7-9 jaar
Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.
Het verhaal
Introductie
Heb je je ooit afgevraagd waar de wind vandaan komt? En wat er gebeurt als de wind iets van je afpakt? Vandaag vertellen we een prachtig verhaal over een jongen die de sterke Noordenwind achterna gaat. Hij is vastberaden om terug te krijgen wat van hem gestolen is, en ontdekt onderweg magische cadeaus en onverwachte vriendschappen. Ga je mee op dit avontuur? Luister goed, want dit is het verhaal van de jongen en de Noordenwind.
De gestolen maaltijd
Lang geleden, in een klein huisje aan de rand van een groot bos, woonde een jongetje genaamd Bas. Bas was lief en vrolijk, maar hij en zijn mama hadden het niet breed. Vaak hadden ze maar net genoeg te eten. Op een dag, toen mama de lekkerste pap had gekookt die je je maar kunt voorstellen – warm, romig, en met een beetje honing – zette ze de pan op tafel. Bas’ oogjes glinsterden van blijdschap. Eindelijk een echt feestmaal! Maar net toen Bas zijn lepel wilde pakken, vloog de deur plotseling open! Een harde windvlaag, de Noordenwind zelf, raasde door de kamer. Whoeeesh! Voordat Bas of mama iets konden doen, pakte de wind de hele pan met pap op en blies hem zo de wijde wereld in! Weg was de heerlijke maaltijd. Bas keek met grote, verdrietige ogen naar de lege plek op tafel. Zijn maag knorde. Hij wist dat ze nu niets meer te eten hadden. Wat moest hij toch doen?
De reis naar de Noordenwind
Bas dacht diep na. Plotseling wist hij het! De Noordenwind had hun eten meegenomen. Dan moest de Noordenwind het ook teruggeven! Hij keek naar zijn moeder, die verdrietig aan de haard zat. "Ik ga!" zei Bas vastberaden. "Ik ga naar de Noordenwind en vraag ons eten terug!" Zijn moeder probeerde hem tegen te houden, maar Bas was niet te stoppen. Hij trok zijn dikste jas aan en stapte dapper de koude wereld in. De wind blies hem bijna omver, maar Bas hield stand. Hij moest en zou de Noordenwind vinden. Een eekhoorn wees Bas de weg naar het noorden, ver voorbij de hoge bergen en de donkere bossen. Dagenlang liep Bas. Zijn beentjes werden moe, maar zijn hart bleef vol moed. Hij klom over heuvels, stak beekjes over en liep door stille bossen waar de bomen fluisterden in de wind. De gedachte aan zijn moeder en de lege tafel gaf hem steeds weer nieuwe kracht. Uiteindelijk kwam Bas bij een plek waar de wind harder blies dan ooit. Het klonk als een diep gebrul, en de grond trilde. Voor hem lag een enorme, rotsachtige grot, waaruit ijzige lucht stroomde. Dit moest het huis van de Noordenwind zijn! Bas haalde diep adem. "Noordenwind!" riep hij zo hard hij kon, zijn stem bijna overstemd door het gebrul. "Ik ben Bas! U heeft ons eten gestolen! Ik ben gekomen om het terug te vragen!" Een diepe, bulderende stem klonk uit de grot. "Wie waagt het mijn rust te storen?" Bas was even stil van schrik, maar herpakte zich snel. "Ik ben Bas!" herhaalde hij. "De Noordenwind kwam langs ons huis en blies ons avondeten weg! Nu hebben mijn moeder en ik niets meer. U moet het teruggeven!"
Het eerste magische cadeau
Jouw avondeten? De Noordenwind gromde. Ik? De Noordenwind blaas alles weg wat los zit. Ik wist niet dat het van jou was, kleine jongen! Hij keek een beetje schuldig. Ik kan je eten niet teruggeven, dat is allang opgegaan in de wind en de wolken. Maar ik kan je wel iets anders geven. Een cadeau dat je nooit meer honger zal laten hebben. De jongen keek hoopvol op. Echt waar, meneer de Noordenwind? De Noordenwind haalde een klein, opgevouwen stuk stof tevoorschijn, zo grijs als een ochtendwolk. Dit is een magisch tafelkleed! zei hij. Neem het mee naar huis. Als je honger hebt, spreid je het uit en zeg je: 'Tafelkleedje, dek je!' En dan, hupsakee, verschijnt er het lekkerste eten op, precies wat je maar wilt! De jongen nam het kleedje voorzichtig aan. Het voelde zacht en een beetje koud aan, net als de wind zelf. Zijn ogen glinsterden van blijdschap. O, dank u wel, meneer de Noordenwind! Dit is het beste cadeau ooit! Nu hoeven mijn moeder en ik nooit meer honger te lijden! Met het magische tafelkleedje stevig onder zijn arm, begon de jongen aan de lange terugreis. De weg was lang en de avond viel al snel. De zon zakte als een grote oranje bal achter de bergen en de lucht kleurde paars en donkerblauw. De wind, hoewel niet meer zo boos, blies nog steeds koud om zijn oren. Hij begon moe te worden en zijn buik knorde zachtjes. Toen hij dacht dat hij niet verder kon, zag hij in de verte een warm, geel lichtje. O, een herberg! fluisterde hij. Daar kan ik vast even uitrusten en een hapje eten. Hij liep naar de herberg, een gezellig huisje met een rokende schoorsteen en vrolijke geluiden die naar buiten kwamen. Binnen was het warm en rook het heerlijk naar versgebakken brood en stoofpot. Een vriendelijke herbergier, met een grote snor en een vrolijk gezicht, kwam op hem af. Welkom, jonge reiziger! zei de herbergier. Wat kan ik voor je doen? De jongen was zo blij dat hij even kon rusten, dat hij een beetje te veel vertelde. Ik ben op weg naar huis, zei hij, en de Noordenwind heeft me een magisch tafelkleed gegeven! De herbergier keek verbaasd. Een mágisch tafelkleed, zeg je? Dat klinkt bijzonder. Zou je me dat eens willen laten zien, zo'n wonderbaarlijk ding? Zijn ogen glommen een beetje te nieuwsgierig. De jongen, trots op zijn cadeau, spreidde het grijze kleedje uit op een kleine tafel in een hoekje. Kijk maar! zei hij. Hij ademde diep in en riep luid en duidelijk: Tafelkleedje, dek je! En toen gebeurde er iets wonderbaarlijks! Voor hun ogen, in een oogwenk, verscheen er van alles op het kleedje. Goudbruine broodjes, dampende stoofpot, sappige appels, en zelfs een kannetje met zoete, schuimende melk! De geur alleen al deed je watertanden. De herbergier en de andere gasten in de herberg staarden met open monden. De jongen smulde van het eten, dat hij met zijn moeder wilde delen, maar nu toch echt even iets moest eten. Hij was zo moe en zo blij dat hij na het eten al snel in slaap viel, met zijn hoofdje op zijn armen. Hij droomde van zijn moeder en van alle maaltijden die ze nu konden eten. De herbergier, echter, was niet in slaap gevallen. Hij had iets bedacht. Terwijl de jongen sliep, sloop de herbergier dichterbij. Voorzichtig pakte hij het magische tafelkleedje en ruilde het om voor een heel gewoon, oud, grijs tafelkleed dat hij onder de toonbank had liggen. Niemand zag het, en de jongen merkte er niets van. De volgende ochtend werd de jongen wakker. Hij bedankte de herbergier voor de gastvrijheid, pakte zijn tas en het — dacht hij — magische tafelkleedje, en vervolgde zijn reis. Hij kon niet wachten om thuis te komen en zijn moeder te verrassen. Eindelijk, na nog een lange wandeling, zag hij zijn kleine huisje in de verte. Mama! riep hij, zo hard als hij kon. Ik ben thuis! En ik heb een cadeau van de Noordenwind! Zijn moeder rende naar buiten en omhelsde hem stevig. Mijn lieve jongen! Wat ben ik blij dat je veilig bent! De jongen was zo opgewonden dat hij nauwelijks kon wachten. Hij spreidde het grijze kleedje uit op de kleine keukentafel. Kijk, mama! De Noordenwind heeft ons dit gegeven! Nu hoeven we nooit meer honger te hebben! Hij glunderde van trots. Kijk maar, mama! Let op! Hij nam een diepe adem en riep met al zijn kracht: Tafelkleedje, dek je! Maar er gebeurde... helemaal niets. Het kleedje bleef leeg. Geen brood, geen stoofpot, geen melk. Niets. De jongen probeerde het nog een keer, zijn stem klonk nu een beetje wanhopig. Tafelkleedje, dek je! Kom op! Maar nog steeds bleef het kleedje leeg en grijs. Zijn glimlach verdween en maakte plaats voor een diepe frons. Hij begreep het niet. Wat was er gebeurd? De herbergier! Het was de herbergier geweest! Hij moest het kleedje hebben omgewisseld! Zijn moeder sloeg een arm om hem heen. Ach, mijn lief kind. Wat erg. Het spijt me zo. Ze zag de teleurstelling in zijn ogen. Maar de jongen liet zijn hoofd niet hangen. Hij keek vastberaden op. Nee, mama! Dit kan zo niet! Ik ga terug naar de Noordenwind. Hij moet me helpen! Hij moet me iets geven dat de herbergier niet kan stelen!
De volgende geschenken en de terugkeer
En zo, ging de jongen weer op pad. Zijn hart klopte van vastberadenheid; hij moest zijn moeder helpen. Na een lange reis, stond hij weer voor het huisje van de Noordenwind. "Nou, jongeman," zei de Noordenwind, wiens stem klonk als verre donder, "wat brengt je nu weer terug? Is mijn tafelkleed niet goed genoeg?" De jongen schudde zijn hoofd. "Nee, meneer," zei hij, "de herbergier heeft het gestolen! Hij ruilde het om voor een oud tafelkleed toen ik sliep." De Noordenwind bromde diep. "Wat een schurk! Ik zal je nog een cadeau geven, dit zal hij niet zo makkelijk kunnen stelen!" Met een zwaai van zijn hand, verscheen een klein, pluizig rammetje. Zijn wol glinsterde goudkleurig. "Dit rammetje," legde de Noordenwind uit, "zal gouden munten uit zijn vacht schudden als je zegt: 'Rammetje, rammetje, geef me goud!' Genoeg om nooit meer honger te hebben!" De jongen keek met grote ogen naar het rammetje. Gouden munten! Hij bedankte de Noordenwind en begon aan de terugreis, veel lichter van hart. Met dit rammetje zouden hij en zijn moeder rijk zijn. Hij zou extra voorzichtig zijn. Toen de avond viel, kwam hij weer bij diezelfde herberg. Hij was moe. "Ach," dacht hij, "ik zal het rammetje goed in de gaten houden." Hij vroeg om een kamer en bond het rammetje vast naast zijn bed. De herbergier zag het rammetje en zijn ogen begonnen te glinsteren. Later die avond, toen de jongen diep in slaap was, sloop de herbergier zachtjes de kamer binnen. Hij had al een gewoon rammetje klaarstaan, eentje die er precies hetzelfde uitzag, maar zonder magie. Met snelle, stille bewegingen wisselde hij de rammetjes om. De volgende ochtend, toen de jongen wakker werd, keek hij naar zijn rammetje. Het zag er hetzelfde uit. Opgelucht betaalde hij de herbergier en ging naar huis. Toen hij thuis kwam, rende zijn moeder hem tegemoet. "Jongen, mijn jongen! Ben je weer veilig terug?" "Ja, mama!" zei de jongen trots. "En kijk wat ik heb meegebracht!" Hij trok het rammetje naar voren. "Zeg maar: 'Rammetje, rammetje, geef me goud!'" Zijn moeder herhaalde de woorden, maar er gebeurde… niets. Geen gouden munten. Het rammetje blaatde alleen. De jongen probeerde het zelf. Nog steeds niets. "Die gemene herbergier heeft het weer gedaan!" riep hij uit. "Hij heeft mijn rammetje gestolen!" Zijn moeder was teleurgesteld, maar troostte hem. "Het komt vast goed, liefje." Maar de jongen was vastbesloten. "Nee, mama! Ik ga weer terug naar de Noordenwind. Hij moet me nu echt iets geven dat zelfs die slimme herbergier niet kan stelen!" En zo geschiedde. Voor de derde keer ging de jongen op weg naar het koude noorden. Zijn voeten waren moe, maar zijn hart was vol van een vurige vastberadenheid. Hij moest en zou de herbergier een lesje leren! Toen hij bij het huis van de Noordenwind aankwam, keek de Noordenwind hem verbaasd aan. "Alweer hier? Wat is er nu weer gebeurd?" De jongen vertelde het hele verhaal. De Noordenwind knikte langzaam. "Die herbergier is wel heel stout. Ik begrijp het. Ik zal je nog één ding geven, en dit, mijn jongen, dit zal hij zeker niet stelen." De Noordenwind reikte in een donkere hoek en haalde een eenvoudige houten stok tevoorschijn. Het leek maar een gewone stok. "Dit is mijn stok," zei de Noordenwind. "Als je zegt: 'Stokje, stokje, sla maar raak!', dan zal hij beginnen te slaan. En hij stopt pas als je zegt: 'Stokje, stokje, stop maar gauw!'" De jongen keek naar de stok. Het zag er niet indrukwekkend uit, maar hij vertrouwde de Noordenwind. Hij bedankte hem, nam de stok mee en begon aan zijn allerlaatste reis naar huis. Hij wist precies wat hij moest doen. Toen het donker werd, kwam hij weer bij diezelfde herberg. Deze keer glimlachte hij stiekem. Hij nam de stok mee naar binnen en vroeg om een kamer. De herbergier zag de simpele stok en haalde zijn schouders op. "Een stok? Wat moet die jongen daar nu mee?" De jongen legde de stok zorgvuldig naast zijn bed. Hij deed alsof hij sliep, maar luisterde goed. Al snel hoorde hij zachte voetstappen. Het was de herbergier! Hij sloop weer de kamer binnen, klaar om de 'nieuwe schat' van de jongen te stelen. De herbergier pakte de stok. Maar net toen hij hem wilde meenemen, sprong de jongen op! "Stokje, stokje, sla maar raak!" riep de jongen luid. En hup! De stok vloog uit de handen van de herbergier en begon hem te slaan! Bam! Bam! Bam! De herbergier gilde van schrik en pijn. Hij probeerde weg te rennen, maar de stok volgde hem en bleef slaan. "Stop! Stop! Hou op!" jammerde de herbergier. "Ik geef alles terug! Het tafelkleed, het rammetje, alles!" "Stokje, stokje, stop maar gauw!" zei de jongen toen. En de stok stopte. Hij viel doodstil op de grond. De herbergier, helemaal bont en blauw, sleepte meteen het magische tafelkleed en het gouden rammetje tevoorschijn. Hij gaf ze terug aan de jongen. "Alsjeblieft, jongeman," zei hij, "neem alles mee en ga alsjeblieft weg!" De jongen lachte. Hij had zijn cadeaus terug! En de herbergier had zijn lesje geleerd. Hij nam zijn magische tafelkleed, zijn gouden rammetje en zijn slimme stok mee, en ging vrolijk op weg naar huis. Zijn moeder stond bij de deur, en toen ze hem zag aankomen met al die wonderlijke dingen, kon ze haar ogen niet geloven. Ze omhelsde haar zoon stevig. "Kijk mama!" zei de jongen. "Dit is het magische tafelkleed!" Hij spreidde het uit en riep: "Tafelkleedje, tafelkleedje, dek je tafel!" En zoef! Daar verscheen het lekkerste eten. "En dit," zei hij, terwijl hij het rammetje naar voren trok, "dit is het gouden rammetje! Rammetje, rammetje, geef me goud!" En ja hoor, gouden munten rolden uit zijn vacht. Vanaf die dag hadden de jongen en zijn moeder alles wat ze nodig hadden. Ze hadden altijd lekker eten en genoeg goud. Ze waren gelukkig en rijk, en de Noordenwind had hen echt geholpen. En de herbergier? Die heeft nooit meer iets gestolen van iemand!
Afscheid
En zo komt ons verhaal over 'De jongen en de noordenwind' ten einde. Wat fijn dat je met ons mee op avontuur ging! Vond je het leuk? Zou je graag meer verhalen willen horen? Laat het Sonacasts weten, zij vinden het altijd leuk om van jou te horen. En wie weet, misschien bedenk jij nu zelf wel een heel nieuw verhaal! Over een jongen en de westenwind, of een meisje en de zon? Jouw fantasie kan overal naartoe vliegen! Tot de volgende keer, lieve luisteraar, en droom zachte dromen vol magie.






