
Verhaal
Alice in Spiegelland
30 min7-9 jaar
Dit is het begin van het verhaal. Het hele verhaal speelt in de Sonacast-app.
Het verhaal
Welkom in Spiegelland!
Zou jij willen weten wat er gebeurt als je een heel bijzonder wit konijn volgt? Eentje met een horloge en zelfs een vestje? Nou, precies dat overkomt het nieuwsgierige meisje Alice! Ze volgt het snelle konijn in een diep, diep hol en valt dan zomaar, plons, in een wonderlijke wereld. Een plek vol pratende dieren, magische drankjes en de gekste avonturen die je je maar kunt voorstellen. Ga mee met Alice, en ontdek de geheimen van Spiegelland!
Achter het Witte Konijn aan
Daar ging Alice! Steeds dieper en dieper viel ze, langs boekenplanken vol gekke dingen en schilderijen die knipoogden. Het leek wel een hele lange droom! Toen landde ze, plof, heel voorzichtig op een hoop droge bladeren. Ze keek om zich heen. Waar was ze nu beland? Alles was anders! De bomen waren paars en de bloemen zongen kleine, vrolijke liedjes. En daar, voor haar neus, schoot het Witte Konijn weer voorbij! Hij keek op zijn zakhorloge en mompelde: "Oh jee, oh jee, ik kom veel te laat!" En weg was hij, door een klein deurtje. Alice, die van nature heel nieuwsgierig was, dacht: "Waar gaat hij toch naartoe? En waarom heeft een konijn een zakhorloge?" Zonder erbij na te denken, rende ze achter hem aan. Het deurtje was zo klein dat ze er bijna niet doorheen kon. Maar ze perste zich erdoorheen, en kwam in een hele smalle gang. Wat zou er nu weer gebeuren?
De Hal van Vele Deuren
Alice stond in een lange, smalle gang. Het was er donker en een beetje koud. Ze keek om zich heen. Overal waren deuren! Grote, houten deuren, kleine, ijzeren deuren, en zelfs een deur van glimmend koper. Ze probeerde de eerste deur. Dicht! De tweede? Ook dicht! En de derde, en de vierde… Alle deuren waren op slot! Alice zuchtte diep. Wat moest ze nu doen? Toen zag ze midden in de gang een klein tafeltje staan, helemaal van glas. En op dat tafeltje lag... een piepklein gouden sleuteltje! Zo klein, dat het bijna onzichtbaar was. Alice pakte het voorzichtig op. Zou dit sleuteltje een van de deuren openen? Ze rende terug naar de grote deuren en probeerde het sleuteltje in elk slot. Maar helaas! Het sleuteltje was veel te klein voor de grote, zware sloten. Ze liet haar schoudertjes hangen. Wat een pech! Maar Alice gaf niet zomaar op. Ze liep nog eens door de gang, heel goed kijkend. En toen, achter een klein gordijntje dat ze eerder niet had gezien, ontdekte ze nog een deurtje! Dit deurtje was nog kleiner dan het konijn zelf, en het leek wel gemaakt van glimmend spiegelglas. Ze probeerde het gouden sleuteltje. En ja hoor! Het paste precies! Alice draaide het sleuteltje om en de deur ging met een zacht 'klikje' open. Ze keek erdoorheen. Achter het deurtje lag de prachtigste tuin die ze ooit had gezien! Met kleurige bloemen en fonteinen die sprankelden in de zon. Maar het deurtje was veel te klein om erdoorheen te kruipen. Alice voelde zich een beetje. Ze kon die mooie tuin zien, maar er niet in! Ze zuchtte nog eens. En toen, toen ze zich weer omdraaide, zag ze op het glazen tafeltje iets nieuws staan. Een flesje! En op dat flesje stond met mooie letters: "DRINK MIJ". Wat zou er gebeuren als ze daarvan dronk?
De Tranenpoel en de Gekke Race
Nou, Alice was altijd al een beetje nieuwsgierig, net als jij, denk ik! Dus pakte ze het flesje op en nam een klein slokje. En weet je wat er gebeurde? Ze begon te krimpen! Eerst een beetje, toen nog meer, en nog meer! Ze werd zo klein als een duim! Nu was ze eindelijk klein genoeg voor het deurtje dat naar de tuin leidde. Hoera! dacht ze. Maar toen ze naar de tafel keek, waar ze de sleutel had laten liggen, was die veel te hoog. Ojee! Hoe moest ze nu bij de sleutel komen? Ze probeerde te klimmen, maar het glimmende tafelbeen was veel te glad. Wat stom! dacht Alice. Ze was zo dichtbij, maar kon er nu nog steeds niet bij. Net toen ze dacht dat het niet erger kon worden, zag ze onder de tafel iets nieuws. Een klein doosje! En op dat doosje lag een klein gebakje, zo lekker uitziend, met de woorden: 'EET MIJ'. Zou dit gebakje haar misschien helpen? Alice twijfelde even, maar haar maag knorde en het gebakje zag er zo heerlijk uit, versierd met glinsterende suikerpareltjes. Dus nam ze een hapje. En toen nog een! En nog een! En wat denk je? Ze begon te groeien! En groeien! En groeien! Ze werd groter en groter, tot haar hoofd tegen het plafond bonkte! Ouch! Dat deed pijn! Alice was nu zo groot dat ze niet meer door de zaal kon lopen. Ze zat vast, met haar hoofd tegen het plafond en haar voeten helemaal tot aan de deur. En ze kon nog steeds niet in de tuin komen! Dit was allemaal veel te ingewikkeld! Alice voelde een hele grote brok in haar keel en voor ze het wist, begonnen de tranen te stromen. Grote, dikke tranen, zo groot als knikkers, rolden over haar wangen. En omdat ze zo groot was, waren haar tranen ook heel groot! Ze huilden en huilden, en de tranen stroomden over de vloer van de hal. En de hal vulde zich met water. Steeds meer water, van al haar tranen. Het werd een hele diepe poel van tranen! Een echte tranenpoel! Terwijl Alice zo zat te huilen, en de tranenpoel steeds groter werd, zag ze ineens iets in het water bewegen. Het was een Muis! De Muis zwom zo hard als hij kon om niet te verdrinken in Alice' tranen. 'O, Muis!' riep Alice, 'kunt u mij helpen? Ik ben zo groot geworden en zit vast!' De Muis schrok van Alice' stem, want voor hem klonk ze als een reus! En hij was bang voor water. 'Ik kan niet praten, ik ben te bang!' piepte hij. Maar Alice bleef praten en de Muis, die dacht dat ze hem misschien wilde opeten, begon nog harder te zwemmen. Al gauw kwamen er nog meer dieren bij in de tranenpoel. Een Dodo, een Eend, en zelfs een Kleine Adelaar! Ze zwommen allemaal door Alice' tranen, op zoek naar droge grond. Eindelijk, na een tijdje, kwamen ze allemaal aan de rand van de tranenpoel. Ze waren allemaal doorweekt van top tot teen. Brrr! Wat koud! Ze moesten opwarmen en droog worden! De Dodo, die heel slim was, zei: 'Het beste om droog te worden, is een Gekke Race houden!' Een Gekke Race? Wat is dat nu weer? vroeg Alice. De Dodo legde uit: 'Iedereen rent gewoon waarheen hij wil, en wanneer hij wil, en stopt wanneer hij wil!' En dat klonk voor Alice best wel gek, maar ze wilde heel graag droog worden, dus deed ze mee. En zo begon de Gekke Race! De Muis rende rondjes om een boom, de Eend probeerde in het water te springen en er weer uit te komen, de Adelaar vloog kleine stukjes op en neer, en de Dodo, die het meest gekke was van allemaal, rende in een perfecte cirkel, steeds sneller en sneller! Alice rende ook mee, ze sprong over takken en probeerde de Muis bij te houden. Er waren geen regels en geen begin- of eindlijn. Iedereen rende gewoon door elkaar heen, lachend en spetterend, totdat ze allemaal helemaal droog waren! 'Wie heeft er gewonnen?' vroeg Alice, een beetje buiten adem. 'Iedereen!' riep de Dodo. 'Iedereen heeft gewonnen, en iedereen is droog!' En zo was iedereen blij, want niemand had verloren en iedereen voelde zich weer warm en droog na de gekke race.
De Rups en de Magische Paddenstoel
Na de gekke race met de Dodo en alle andere dieren, voelde Alice zich weer warm en droog. Ze keek om zich heen. Wat een bijzondere dag was dit toch! Eerst was ze zo groot als een huis, toen zo klein als een muis, en nu… nu was ze weer haar gewone zelf, tenminste dacht ze dat ze haar gewone zelf was. Ze liep verder door het bos, waar de bomen steeds dikker en de bladeren steeds groter werden. Alles leek hier zo anders. Plotseling zag Alice iets heel geks. Bovenop een enorme, kleurrijke paddenstoel, zat een hele dikke, groene rups! De rups zat rustig op een blaadje en rookte uit een klein waterpijpje, waarbij er rookwolkjes in allerlei mooie kleuren de lucht in gingen. Alice kwam dichterbij en fluisterde, "Goedendag." De rups keek langzaam op, maar zei niets. Hij bleef maar roken, alsof hij Alice helemaal niet zag. Alice wachtte geduldig, maar de rups deed alsof hij haar niet hoorde. Uiteindelijk nam de rups het pijpje uit zijn mond en vroeg, "Wie ben jij?" Alice zuchtte. "Ik weet het zelf ook niet meer zo goed, meneer de Rups. Ik ben… ik ben Alice, maar ik ben de hele dag al aan het veranderen van grootte. Eerst was ik groot, toen klein, en nu weet ik niet meer wie ik ben!" De rups nam nog een trekje van zijn waterpijp. "Hoezo weet je niet wie je bent?" vroeg hij. "Dat is toch makkelijk?" "Nee, dat is het niet!" riep Alice. "Als ik de hele tijd verander, hoe kan ik dan weten wie ik ben? En ik kan nergens bij als ik zo klein ben, en alles is eng als ik zo groot ben!" "Hmm," zei de rups, en hij pufte nog een ringetje rook uit. "De ene kant van de paddenstoel," zei hij, terwijl hij met zijn pootje wees, "zal je groter maken. En de andere kant, zal je kleiner maken." En daarmee kroop de rups langzaam van de paddenstoel af, en verdween tussen de bladeren. Hij liet Alice alleen achter met de reusachtige paddenstoel en de twee magische kanten. Alice keek naar de paddenstoel. Welke kant was welke? Het was allemaal zo ingewikkeld! Ze besloot een heel klein stukje van de rechterkant af te breken en ervan te proeven. Hap. Oei! Meteen begon ze te krimpen! En ze kromp en kromp en kromp, totdat ze zo klein was als een poppetje. Haar kin raakte bijna haar voeten! "Oh nee!" riep ze, "Dit is veel te klein! Ik kan bijna niets meer zien!" Snel brak ze een stukje van de linkerkant af. Ze nam er een hapje van. En pats! Ze begon te groeien! En ze groeide en groeide en groeide, totdat haar hoofd bijna de toppen van de bomen raakte! "Nu ben ik weer veel te groot!" riep ze, terwijl ze bijna door het bladerdak heen stootte. "Dit is ook niet goed!" Alice begon te lachen, want het was eigenlijk best een grappig spelletje, dacht ze. Ze had nu een stukje van de rechterkant in haar ene hand, en een stukje van de linkerkant in haar andere hand. Ze nam een klein hapje van het 'kleiner-maak-stukje' en werd weer wat kleiner. Toen weer een hapje van het 'groter-maak-stukje', en ze groeide weer een beetje. Zo ging ze door. Een hapje hier, een hapje daar. Ze oefende totdat ze precies de juiste grootte had gevonden. Niet te groot, niet te klein. Precies goed om weer verder te gaan met haar avontuur! Ze voelde zich weer helemaal zichzelf, maar dan met een geheim: ze kon nu haar grootte veranderen wanneer ze maar wilde! Wat een handige truc was dat! Met een vrolijk gevoel en de twee stukjes paddenstoel veilig in haar zak, liep Alice verder door het wonderlijke bos van Spiegelland. Ze was benieuwd wat ze nu weer zou tegenkomen. Zouden er nog meer gekke dieren zijn? Of misschien wel een heel bijzonder feestje? We zullen het de volgende keer horen!
Het Gekke Theekransje
En Alice liep verder, haar kleine voetjes voorzichtig over de zachte bosgrond zettend. Ze vroeg zich af wat er achter de volgende boom zou zijn. Zou er nog een vriendelijk dier zijn om mee te praten? Of misschien wel een glimmende bloem die liedjes zong? Plotseling hoorde ze een vreemd geluid. Geen zacht gefluister, maar een rinkelend kopje, gevolgd door een harde lach! En nog een! Nieuwsgierig als ze was, sloop Alice dichterbij. Achter een dikke eik zag ze een hele lange tafel staan. En wat een tafel! Hij was zo lang dat het leek alsof er wel honderd mensen aan konden zitten, maar nu zaten er maar drie. En het was een theekransje! Op de tafel stonden stapels kopjes en schoteltjes, kannen vol thee, en overal lagen koekjes en taartjes. De zon scheen door de bladeren en maakte alles extra vrolijk. Maar dit was geen gewoon theekransje, nee hoor! Dit was het Gekke Theekransje! Aan het hoofd van de tafel zat de Maartse Haas, met lange oren en een strik om zijn nek. Naast hem zat de Hoedenmaker, met een wel héél gekke hoed op zijn hoofd – een hoed met een prijskaartje eraan! En tussen hen in, zo diep in slaap dat je hem bijna niet zag, lag de Slaapmuis. Zijn kleine snoetje rustte op een theekopje. "Geen plek! Geen plek!\ riepen de Haas en de Hoedenmaker tegelijk, alsof ze dit al honderd keer geoefend hadden. Ze keken Alice aan met grote, schitterende ogen. Alice voelde zich een beetje verward. Er wás toch plek? Ze zag een heleboel lege stoelen. "Och, maar er is héél veel plek!" zei de Hoedenmaker, die plotseling met zijn arm zwaaide en daarbij bijna de Slaapmuis van tafel veegde. "Kom erbij, liefje, kom erbij! De thee wordt koud!" De Maartse Haas knikte wild met zijn oren. "Ja, ja! En er zijn koekjes! Wil je een koekje?" Hij wees naar een berg koekjes die zo hoog was als een kleine berg. Alice glimlachte, een beetje voorzichtig. "Dank u wel," zei ze. Ze schoof een stoel aan de tafel, want dat leek de meest logische plek. Maar zodra ze zat, riep de Maartse Haas: "Nee, nee! Niet daar! Dat is mijn plek!" En hij schoof snel een stoel op, waardoor de Hoedenmaker ook moest opschuiven, en de Slaapmuis met een klein piepje wakker werd toen hij van zijn kopje viel. "Wat een gek theekransje!" dacht Alice. Ze koos een andere stoel, en deze keer liet de Hoedenmaker haar zitten. "Goed zo!" zei de Hoedenmaker. "Nu de belangrijke vraag: waarom is een raaf zoals een schrijftafel?" Alice fronste. "Eh... ik weet het niet," zei ze eerlijk. "Ik heb er nog nooit over nagedacht." De Maartse Haas lachte hard. "Haha! Dat komt omdat er geen antwoord is!" "Nou, dat wist ik wel," zei de Hoedenmaker met een knipoog. "Maar het is een leuk raadsel, vind je niet?" De Slaapmuis, die nu helemaal wakker was, rekte zich uit en gaapte. "Meer thee," mompelde hij slaperig. "En een beetje jam, alsjeblieft." Alice keek verbaasd. "Maar... wie vraagt er nou om een raadsel zonder antwoord?" "Wij!" riep de Maartse Haas trots. "Want dit is het Gekke Theekransje! Hier doen we alles een beetje anders. Wil je wat thee?" Hij schonk een kopje in, maar deed er zoveel melk bij dat het over de rand klotste. Het stroomde over de tafel. Alice moest lachen. "Dank u wel," zei ze, en nam een klein slokje. Het was thee met een smaakje dat ze nog nooit eerder had geproefd – een beetje naar aardbei en een beetje naar regenboog. Heerlijk! "Vandaag is het geen verjaardag," zei de Hoedenmaker. "Dus vieren we onze niet-verjaardag! Driehonderdvijfenzestig dagen per jaar is het geen verjaardag. Dat zijn er veel meer dan één, nietwaar?" "O, dat is een slim idee!" zei Alice. "Dan kun je elke dag feestvieren!" "Precies!" riep de Maartse Haas. "En elke keer als we geen zin meer hebben in onze plek, schuiven we een stoel op!" En zo geschiedde. Plotseling sprong de Maartse Haas op en verplaatste naar de stoel waar Alice net zat. Alice moest ook opschuiven. En de Hoedenmaker ook. De Slaapmuis rolde slaperig mee. "De beste stoel is altijd de volgende!" giechelde de Hoedenmaker. Alice probeerde een normaal gesprek te voeren, maar het was erg moeilijk. De Maartse Haas vroeg haar of ze wist waarom mussen nooit een theekopje dragen, en de Hoedenmaker keek steeds op zijn zakhorloge dat met een zacht tikje vertelde hoe laat het was... of juist niet. "Het is alweer tijd om op te schuiven!" riep de Hoedenmaker plotseling.
Het Kroketspel van de Hartenkoningin
Alice zuchtte diep. Ze was de gekke spelletjes van het theekransje zo beu. Ze stond op, bedankte de Hoedenmaker en de Maartse Haas beleefd, en liep snel weg, zonder achterom te kijken. De zon scheen helder toen ze het theekransje achter zich liet. Ze kwam terecht in een prachtige tuin, vol met de meest kleurrijke bloemen die ze ooit had gezien. Rode rozen, blauwe tulpen, en paarse lelies dansten zachtjes in de wind. Maar wacht eens even... deze rozen waren niet rood! Nee, ze werden rood geschilderd door drie kleine kaartensoldaten! "Wat zijn jullie aan het doen?" vroeg Alice verbaasd. De eerste kaartsoldaat, een Twee van Schoppen, keek op. "We schilderen de rozen rood," zei hij. "De Hartenkoningin houdt alleen van rode rozen. Als ze erachter komt dat we per ongeluk witte rozen hebben geplant, dan... dan is het 'Kop eraf!'" Net op dat moment hoorden ze trompetgeschal. "De Koningin!" riepen de kaartensoldaten, en ze vielen snel op de grond, met hun neus in de aarde. Alice keek nieuwsgierig toe. Eerst kwam er een stoet van tien kaartensoldaten, daarna tien hoveniers, dan tien adellijke dames en heren, allemaal kaarten. En toen... toen kwamen de koninklijke kinderen, en daarna de Witte Koning en de Witte Koningin. En helemaal aan het einde, met een heleboel lawaai en veel 'Kop eraf!' geroep, kwam de Hartenkoningin zelf. De Hartenkoningin was een hele strenge vrouw. Ze had een kroon op haar hoofd en een scepter in haar hand. Ze keek rond met hele boze ogen. Zodra ze de witte rozen zag, die de kaartensoldaten nog niet hadden afgeschilderd, begon ze te roepen: "Kop eraf! Onmiddellijk! Kop eraf van deze stoute rozenververs!" De kaartensoldaten werden meteen weggeleid. Alice vond het maar zielig. "Wie ben jij?" vroeg de Koningin aan Alice, met een stem die klonk als donder. "Ik ben Alice," antwoordde Alice dapper, hoewel ze toch een beetje bang was. "Waar kom je vandaan?" vroeg de Koningin. "Nergens specifieks," zei Alice. De Koningin keek haar van top tot teen aan. "Kun je kroket spelen?" vroeg ze. "Ja hoor," zei Alice. "Goed dan! Speel mee!" beval de Koningin, en ze liep verder. Het kroketveld was een heel bijzonder plek. Het was hobbelig en vol met gleufjes. De poortjes waren geen gewone poortjes, maar levende kaartensoldaten die zich krom bogen en hun handen en voeten op de grond zetten om een boogje te vormen. En de hamers? Dat waren flamingo's! En de ballen? Dat waren egels! Stel je voor! Alice kreeg een flamingo in haar hand. De flamingo bewoog zijn lange nek heen en weer, en keek Alice aan met zijn kleine kraaloogjes. Het was erg moeilijk om te spelen, want de egels rolden steeds weg, en de kaartensoldaten bewogen hun poortjes als je niet keek. En de flamingo? Die wilde helemaal niet stil blijven staan! Hij sloeg met zijn vleugels en probeerde steeds weg te vliegen. De Koningin rende wild over het veld, en schreeuwde steeds: "Kop eraf! Kop eraf van die egel! Kop eraf van die flamingo!" Als iemand een fout maakte, of als een egel niet snel genoeg rolde, riep ze meteen: "Kop eraf!" Er werden steeds meer spelers weggehaald, en Alice dacht: 'Straks ben ik de enige die nog over is!' Gelukkig verscheen toen, zomaar, de Grijnskat! Zijn brede grijns verscheen langzaam in de lucht, eerst alleen zijn glimlach, en toen zijn hele hoofd. "Hoe gaat het?" vroeg de Grijnskat aan Alice. "Niet zo goed," zei Alice. "Ik vind het maar een gek spel. Niemand speelt eerlijk, en de Koningin schreeuwt steeds 'Kop eraf!'" De Grijnskat grijnsde nog breder. "Dat is hier heel normaal," zei hij. "Iedereen is hier gek." "Maar ik ben niet gek," zei Alice. "Oh, dat weet ik nog zo net niet," zei de Grijnskat. "Anders was je hier ook niet gekomen." Toen verdween hij weer, langzaam, totdat alleen zijn glimlach nog over was. De Koningin kwam eraan gestormd. "Heb je die Grijnskat gezien?" vroeg ze aan Alice. "Wie is dat? En van wie is hij de kat?" "Het is de Grijnskat," zei Alice. "Hij is van zichzelf, geloof ik." "Onzin!" riep de Koningin. "Een kat moet van iemand zijn! Kop eraf van die kat!" Maar de Grijnskat was allang verdwenen, en de Koningin wist niet meer wie ze moest onthoofden. Het spel ging door, en het werd steeds chaotischer. De flamingo's bleven maar wegvliegen, de egels kropen weg, en de kaartensoldaten bogen hun poortjes op de gekste manieren. De Koningin bleef roepen: "Kop eraf! Kop eraf!" Maar Alice zag dat er eigenlijk nooit echt iemand werd onthoofd. De soldaten die waren weggevoerd, lagen gewoon rustig aan de kant van het veld te wachten tot het spel voorbij was. Alice probeerde haar flamingo vast te houden, maar die wiebelde zo erg. Ze probeerde de egel te raken, maar die rolde steeds de verkeerde kant op. Ze keek om zich heen en zag dat de meeste spelers al waren 'veroordeeld' door de Koningin. Alleen de Koning, de Koningin en Alice zelf waren nog over. De Koningin was helemaal buiten adem van het roepen en rennen. "Ik ben het zat!" riep ze. "Dit spel is verschrikkelijk! Ik onthoofd iedereen! Kop eraf! Allemaal!" Maar net toen ze dat zei, hoorde Alice een zacht gefluister. "Ga weg, Alice," zei een stem. Het was de Grijnskat, die weer heel even verscheen, alleen zijn glimlach, net genoeg om Alice te waarschuwen. Alice zag haar kans schoon. Ze liet haar flamingo los, die meteen wegrende, en ze rende zelf zo snel als ze kon weg van het gekke kroketveld en de roepende Koningin. Ze holde door de tuin, langs de prachtige, maar nu een beetje enge, bloemen. Ze wilde weg, weg van al die chaos en al die "Kop eraf!" roepen. Waar moest ze nu heen? Wat zou er nu weer voor geks gebeuren in dit wonderlijke Spiegelland? Ze voelde zich een beetje moe, en een beetje alleen, maar ook heel benieuwd naar wat er om de volgende hoek lag te wachten. Ze liep verder, dieper het Spiegelland in, op zoek naar... ja, waarnaar eigenlijk? Misschien gewoon een plek waar dingen een beetje logisch waren.
Het Proces en het Ontwaken
Alice liep over paden van zacht mos, langs bomen met bladeren als glinsterende juwelen. De zon speelde verstoppertje in de takken, waardoor de wereld knipoogde. Ze zuchtte diep. "Logica," mompelde ze. "Zou dat hier bestaan? Of is alles een beetje... omgekeerd en gek?" Haar maag knorde, maar er was nergens een plek om te rusten. Opeens hoorde ze een vreemd geluid in de verte. Een soort gegil, gevolgd door gemompel en een harde klap, 'BONK!'. Nieuwsgierig sloop Alice dichterbij. Wat zou er nu weer voor een raar avontuur aan de hand zijn? Spiegelland bleef verrassen! Ze kwam uit bij een open veld, waar een enorme, opgerolde mat lag die op een speelkaartentafel leek. Daar stond een lange tafel, versierd met taartkruimels en theekopjes. Eromheen zaten bekende gezichten: De Hartenkoningin, met haar rode gezicht en haar 'AF HET HOOFD!' geroep, stampvoette wild. De Hartenkoning probeerde haar te kalmeren met cake. En alle kaartfiguren waren er, inclusief de Witte Haas, die gehaast aantekeningen maakte. "Stil, iedereen!" bulderde de Koningin, zo hard dat de theekopjes rammelden. "Wie heeft de jamtaartjes gestolen?" Ze wees naar de Hartenboer, die bibberend voor de tafel stond. Zijn gezicht was wit, zijn ogen dichtgeknepen. "Ik... ik heb het niet gedaan, Majesteit!" piepte hij. "Ik hou helemaal niet van jamtaartjes. Ik vind slagroomtaartjes veel lekkerder!" "Onzin!" schreeuwde de Koningin. "De jamtaartjes zijn weg! En jij stond er het dichtst bij! Dat is toch bewijs genoeg?" Alice schudde haar hoofd. Dat was helemaal geen bewijs, alleen een raar vermoeden. "Maar Majesteit," zei Alice dapper, naar voren stappend. "Dat is geen eerlijk proces. Je kunt iemand niet zomaar beschuldigen zonder écht bewijs! Je moet eerst een verhaal horen, en dan nog een verhaal, en dan goed nadenken!" De Koningin draaide haar hoofd langzaam naar Alice. Haar ogen waren als rode knikkers. "Wie ben jij om mij te vertellen wat eerlijk is, kind? Hier is alles eerlijk zoals ik het zeg!" Ze sloeg met haar scepter op tafel. De Hartenkoning hoestte zachtjes. "Ze heeft een punt, mijn liefste. Geen getuigen, geen vingerafdrukken! Alleen maar lege schalen!" De Witte Haas las van zijn rol papier: "Hier staat: 'Alle jamtaartjes zijn lekker.' En hier staat: 'Iedereen houdt van lekkere jamtaartjes, vooral de Hartenboer, die altijd honger heeft.'" "Zie je wel!" riep de Koningin. "De Hartenboer houdt van lekkere jamtaartjes! Dus heeft hij ze gestolen! De uitspraak is schuldig!" Ze glimlachte gemeen. Alice sloeg haar handen voor haar gezicht. "Nee! Dat is niet eenvoudig! Dat is omgekeerd! Jammer dat hij van iets houdt, betekent niet dat hij het heeft gestolen!" Toen begon iedereen door elkaar te praten. De kaartfiguren ruzieden over de smaak van de jamtaartjes. Soldaten zochten tevergeefs naar een jamtaartje. De Witte Haas begon te huilen omdat zijn potlood kwijt was. De Koningin werd steeds roder, haar stem zwol aan als een onweersbui. "Genoeg! De uitspraak is: schuldig! En nu... AF MET ZIJN HOOFD!" "Nee!" riep Alice, nu zelf boos, haar stem verrassend luid. "Jullie zijn allemaal maar een pak kaarten! En jullie maken helemaal geen zin! Dit is het meest onlogische proces dat ik ooit heb gezien!" Ze stampte met haar voet, en de wereld begon te trillen. Kleuren vervaagden, de figuren van de kaarten smolten. Alles werd wazig. Het leek alsof Spiegelland zelf uit elkaar viel, als een droom die je probeert vast te houden. Alice knipperde met haar ogen. De felle kleuren waren verdwenen. Het gegil van de Koningin was veranderd in een zacht gespin, dat klonk als een 'prrrr-prrrr'. De lange tafel was weg, en in plaats daarvan lag ze... op haar eigen zachte kussen. Ze lag in haar eigen bed. De zon scheen door het raam, haar kamer voelde warm en veilig. Naast haar krulde haar poesje, Dinah, zich op en spinde tevreden. Dinah keek Alice aan met haar grote, groene ogen, alsof ze wilde vragen: "Heb je lekker geslapen, Alice?" Alice ging rechtop zitten. Ze wreef in haar ogen en keek om zich heen. De spiegel stond nog op zijn plek. Geen pratende bloemen, geen ruziënde kaarten. Alles was weer normaal. Was het allemaal een droom geweest? Een lange, gekke, prachtige droom? Ze keek naar Dinah. Dinah gaf een kopje tegen haar hand. "Misschien," dacht Alice, "was het maar een droom. Maar wat was het een avontuur!" Ze lachte zachtjes. Ze herinnerde zich elk detail, alsof ze er echt was geweest. Alice pakte een klein, rood kaartje van haar nachtkastje. Het was een Harten Tien, maar nu leek het een geheimzinnige boodschap uit een andere wereld. "Spiegelland," fluisterde ze, haar ogen glinsterden. "Wat een wonderlijke plek. Ik ben blij dat ik er even mocht zijn." Het was alsof de spiegel haar had uitgenodigd om door te kijken, een wereld vol omgekeerde logica te zien. En nu was ze weer thuis, met herinneringen die haar hart sneller deden kloppen en haar hoofd vulden met gedachten. Ze sprong uit bed en liep naar het raam. De wereld buiten was helder en duidelijk. Maar in haar hoofd, en in haar hart, zou een klein stukje Spiegelland altijd blijven bestaan. Een plek waar niets logisch hoefde te zijn om toch heel erg leuk en bijzonder te zijn. En Alice wist zeker dat ze, de volgende keer dat ze zich verveelde, stiekem nog eens in die spiegel zou kijken...
Tot de volgende keer!
En zo eindigt Alice's eerste avontuur in Spiegelland. Bedankt dat je met ons meereisde! We hopen dat je net zoveel plezier hebt gehad als Alice. Laat Sonacasts weten wat jij van dit verhaal vond, of als je zelf een magisch idee hebt! Wie weet welke fantastische werelden jij nog meer kunt ontdekken, of welke grappige dieren je tegenkomt. Blijf dromen en blijf fantaseren, want de grootste avonturen beginnen altijd in je hoofd. Tot de volgende keer! Dag!






